Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met een productie;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 2 februari 2018.
Rechtbank Limburg
Eiser kwam in verzet tegen de executoriale verkoop van een polshorloge door de Ontvanger der Rijksbelastingen vanwege een openstaande voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2016 van €20.709,-. De Ontvanger had het horloge in beslag genomen en aangekondigd dit te verkopen.
De rechtbank stelde vast dat de aanslag onherroepelijk was en dat eiser geen concrete feiten had aangevoerd waaruit bleek dat de verkoop van het horloge buitenproportioneel zou zijn in verhouding tot de aanslag. Eiser verscheen niet op de comparitie en liet daarmee de stellingen van de Ontvanger onbeantwoord.
Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond, wees alle verzoeken van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten van €1.522,-. De uitspraak werd door rechter J.R. Sijmonsma in het openbaar gewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen de executoriale verkoop van het polshorloge wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.