ECLI:NL:RBLIM:2018:17

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 januari 2018
Publicatiedatum
28 december 2017
Zaaknummer
6145756 cv expl 17-5883
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aanvangshuurprijs na uitspraak Huurcommissie over woninghuur

De huurder huurt sinds 1 augustus 2016 een woning tegen een huurprijs van € 695 per maand. De huurder heeft de Huurcommissie verzocht de aanvangshuurprijs te toetsen, die deze heeft vastgesteld op € 511,19. De verhuurder vordert vervolgens de aanvangshuurprijs vast te stellen op € 695,00, mede op grond van een later afgegeven energielabel dat volgens hem extra punten oplevert.

De huurder vordert in reconventie betaling van het verschil tussen de betaalde huur en de door de Huurcommissie vastgestelde huurprijs, vermeerderd met rente. De kantonrechter oordeelt dat de beroepstermijn tegen de uitspraak van de Huurcommissie is gerespecteerd, waardoor de verhuurder ontvankelijk is.

De kantonrechter stelt vast dat bij het sluiten van de huurovereenkomst geen energielabel beschikbaar was en dat de Huurcommissie terecht geen rekening heeft gehouden met extra punten voor het energielabel. Ook wordt geoordeeld dat de woning een tussenwoning betreft en geen meergezinswoning, waardoor de lagere puntentelling van toepassing blijft.

De vordering van de verhuurder wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 1.286,67 plus wettelijke rente aan de huurder. De kosten van de procedure worden aan de zijde van de huurder op nihil gesteld en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot vaststelling van een hogere aanvangshuurprijs wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van te veel betaalde huur met rente.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 6145756 \ CV EXPL 17-5883
Vonnis van de kantonrechter van 3 januari 2018
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] ,
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
gemachtigde mr. G.M.O. Puddu,
tegen:
[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie],
wonend [adres gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,
[woonplaats gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie
  • de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] huurt van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] met ingang van 1 augustus 2016 de woning aan de [adres gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te [woonplaats gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] tegen een huurprijs van € 695,00 per maand. [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] heeft de Huurcommissie verzocht de aanvangshuurprijs te toetsen. De Huurcommissie heeft op 28 maart 2017, verzenddatum 8 mei 2017, de huurprijs vastgesteld op € 511,19.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] vordert – samengevat – de aanvangshuur vast te stellen op € 695,00 per maand met veroordeling van gedaagde partij in de kosten en voert verweer tegen de vordering in reconventie.
3.2.
[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vordert – samengevat – veroordeling van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] tot betaling van € 1.286,67, vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in conventie.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

in conventie
4.1.
[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] stelt dat [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] niet ontvankelijk is omdat kort gezegd de dagvaarding niet tijdig is uitgebracht. De kantonrechter stelt vast dat de beroepstermijn tegen een uitspraak van de Huurcommissie 8 weken na de verzenddatum van die uitspraak bedraagt. De laatste dag dat in dit geval beroep kon worden ingesteld was derhalve 4 juli 2017 en op die dag is de dagvaarding uitgebracht. [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] is derhalve ontvankelijk in de vordering.
4.2.
[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] stelt zich op het standpunt dat nu in de loop van de procedure bij de Huurcommissie een energielabel is afgegeven voor de betreffende woning hiermee rekening diende te worden gehouden hetgeen de Huurcommissie niet heeft gedaan. Rekening houdend met het inmiddels wel afgegeven energielabel dient volgens [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] de puntentelling van de woning verhoogd te worden met 22 punten hetgeen neerkomt op een huurprijs van € 695,00 per maand.
4.3.
[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] is van mening dat de Huurcommissie terecht geen rekening heeft gehouden met extra punten voor het energielabel omdat dit label immers niet beschikbaar was bij aanvang van de huur. Overigens is [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] van mening dat als het energielabel al wordt meegerekend dit slechts 15 extra punten oplevert, omdat volgens hem sprake is van een meergezinswoning.
4.4.
De kantonrechter stelt vast dat de Huurcommissie de aanvangshuur heeft vastgesteld. Bij het sluiten van de huurovereenkomst was er geen energielabel afgegeven. Van extra punten voor een energielabel kan dan ook geen sprake zijn naar het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter neemt daarom de uitspraak van de Huurcommissie over. De vordering van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] wordt afgewezen.
4.5.
Wat betreft het standpunt van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] dat sprake is van een meergezinswoning deelt de kantonrechter dit standpunt niet. Uit de stukken volgt dat sprake is van een tussenwoning. Met de term meergezinswoning wordt geduid op een duplex woning of een appartement. Nu een tussenwoning kan worden aangemerkt als een afzonderlijk gebouw is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een meergezinswoning.
in reconventie
4.6.
[gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] vordert terugbetaling van € 1.286,67 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2017, zijnde de huur die is betaald boven het door de Huurcommissie vastgestelde bedrag. [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] heeft weliswaar tegen de puntenvaststelling voor de woning bezwaar gemaakt doch niet tegen de hoogte van het door [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] berekende (volgens [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te veel betaalde) bedrag en de daarover gevorderde rente zodat, gelet op hetgeen in conventie is overwogen, dit bedrag aanstonds voor toewijzing gereed ligt.
in conventie en in reconventie
4.7.
[eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] worden begroot op nihil.
4.8.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vordering van [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] af,
in reconventie
5.2.
veroordeelt [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] te betalen een bedrag van € 1.286,67, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2017 tot aan de voldoening,
in conventie en in reconventie
5.3.
veroordeelt [eisende partij in conventie, verweerder in reconventie] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op nihil,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll: