Verzoeker diende op 8 maart 2018 een wrakingsverzoek in tegen mr. E.P.J. Rutten, rechter bij Rechtbank Limburg, naar aanleiding van een brief van de griffier van 19 februari 2018 waarin werd meegedeeld dat een verzoek om versnelde behandeling van een beroepszaak niet werd gehonoreerd. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was vanwege haar verantwoordelijkheid voor deze brief.
De rechter gaf in haar schriftelijke reactie aan dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend en dat zij alleen procesbeslissingen had genomen, geen inhoudelijke beslissingen in de beroepszaak. De wrakingskamer oordeelde dat het tijdsverloop niet aan verzoeker kon worden tegengeworpen en dat het verzoek ontvankelijk was.
De wrakingskamer beoordeelde vervolgens of er sprake was van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter konden aantasten. Uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek betrof procesbeslissingen, die in beginsel geen grond voor wraking vormen.
De wrakingskamer stelde vast dat de afwijzing van het verzoek om versnelde behandeling terecht was, omdat spoedeisendheid ontbrak. De motivering van de rechter was redelijk en er waren geen feiten die duidden op vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.