In deze zaak vordert Vivada Properties III B.V. ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde van de gedaagde partijen. Tijdens de procedure verzoekt een derde partij, die stelt zelf huurder te zijn, om tussen te komen in de procedure als zelfstandige procespartij. De kantonrechter oordeelt dat deze tussenkomst gegrond is omdat de verzoeker een woonbelang heeft en bij toewijzing van de vordering van Vivada nadelige gevolgen zal ondervinden.
De kantonrechter verleent verstek tegen een van de gedaagden die niet is verschenen en verwijst de zaak naar een volgende rolzitting voor het verdere verloop met de tussenkomende partij. De proceskosten van het incident worden aangehouden tot het eindvonnis. Indien blijkt dat de tussenkomende partij de juiste gedaagde is, zal Vivada niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tegen de oorspronkelijk gedagvaarde partijen.
Deze beslissing voorkomt een nieuwe procedure en waarborgt het woonbelang van de tussenkomende partij. De zaak wordt voortgezet met de tussenkomende partij als procespartij.