Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eisende partijen sub 1 en 2] c.s.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een kort geding tussen twee besloten vennootschappen en een directeur/aandeelhouder van een gefailleerde BV, Brothers Weert, over betaling van openstaande drankenleveranties en een contractuele boete.
Partijen sloten een samenwerkingsovereenkomst voor de exploitatie van een horecabedrijf, waarbij de gedaagde zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor Brothers' verplichtingen. Na niet-nakoming van betalingsverplichtingen sommeerden eisers gedaagde tot betaling en zegden de overeenkomst op.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot betaling van de achterstallige drankenleveranties en contractuele rente voldoende aannemelijk is en toewijsbaar, terwijl de vordering tot contractuele boete wordt afgewezen wegens betwisting en onvoldoende bewijs. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige drankenleveranties en contractuele rente, terwijl de vordering tot contractuele boete wordt afgewezen.