Uitspraak
1.Het procesverloop
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
3.Het verzoek en verweer
4.De beoordeling
5.5. De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds januari 2018 onder toezicht stond. De kinderrechter constateerde dat in het afgelopen jaar geen voortvarende hulpverlening was ingezet, mede doordat de gezinsvoogdijwerker naliet om adequaat op te treden na het intrekken van medewerking door de moeder.
Ondanks dat de situatie van de minderjarige nog steeds zorgelijk is en de ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, heeft de GI geen concreet plan of onderbouwing gegeven voor de voortzetting van de ondertoezichtstelling. De ouders en de minderjarige staan niet langer open voor hulpverlening, en de contactregeling is niet uitgebreid.
De kinderrechter oordeelde dat verlenging van de ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde heeft zolang de GI niet adequaat functioneert en geen concreet hulpverleningsplan kan presenteren. Het verzoek tot verlenging werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete hulpverlening en uitvoering door de gecertificeerde instelling.