Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Lieve [slachtoffer] , Ik denk aan je. Wanneer zie ik je? Liefs Snoepje”. Op de kaart staat een internetadres genoteerd, te weten [naam website 2] . [9] De kaart bleek op 30 juni 2016 verstuurd te zijn vanuit Litouwen. [10]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;
- veroordeelt de verdachte voor tot een taakstraf voor de duur van 120 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- verklaart [slachtoffer] voor schadeposten ‘kosten research identiteitsfraude’, ‘kosten domeinnaam + ontwikkeling + onderhoud + verlenging’, ‘reiskosten advocaat’ en het overige van de schadepost ‘reiskosten klant’ niet-ontvankelijk in diens vordering;
- wijst de vordering van de immateriële schade voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer] tot op heden begroot op
€ 2.614,74, de materiële schade ad € 114,74 te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode vanaf 30 mei 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening en de immateriële schade ad € 2.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode vanaf 21 juni 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 36 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft;