ECLI:NL:RBLIM:2018:12437

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
25 januari 2019
Zaaknummer
C/03/246365 / FA RK 18-528
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Haags Betekeningsverdrag 1965Art. 3-6 Haags Betekeningsverdrag 1965Art. 55 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 10:56 Burgerlijk WetboekArt. 15 lid 1 Haags Betekeningsverdrag 1965
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding uitgesproken ondanks weigering betekening in Marokko

De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Limburg, waarbij de man woonachtig is in Marokko. De betekening van het verzoekschrift aan de man is gedaan via het Openbaar Ministerie en per aangetekende post in Marokko, maar de man heeft geweigerd de stukken in ontvangst te nemen. Ondanks dat de door Marokkaanse autoriteiten ingevulde stukken van betekening niet zijn terug ontvangen, oordeelt de rechtbank dat de betekening rechtsgeldig is volgens artikel 10 van Pro het Haags Betekeningsverdrag, aangezien Marokko zich niet verzet tegen directe toezending.

De rechtbank stelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de man is om de aan hem gerichte post te ontvangen en te lezen, en dat weigering hiervan consequenties heeft. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen in de procedure. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit bezit en sinds ten minste zes maanden in Nederland verblijft, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is.

Op grond van het ontbreken van verweer en het duurzame ontwricht zijn van het huwelijk, spreekt de rechtbank de echtscheiding uit. De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J. Frénay op 21 december 2018 te Maastricht. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit ondanks de weigering van de man om de betekening in Marokko te accepteren.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie en jeugd
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rekestnummer: C/03/246365 / FA RK 18-528
Beschikking d.d. 21 december 2018 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats], [gemeente],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. B.M.A. Jegers, gevestigd te Heerlen,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], Marokko,
hierna te noemen de man.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 9 februari 2018;
- het betekeningsexploot;
- de F9-formulieren van de vrouw, ingekomen op 21 juni 2018 (met bijlagen), 24 juli
2018 (met bijlagen), 27 augustus 2018, 29 november 2018 (met bijlagen)
- de e-mail van de griffier aan (de advocaat van) de vrouw, verstuurd op 4 december
2018;
- het F9-formulier van de vrouw, ingekomen op 14 december 2018 (met bijlagen).
1.2.
Betekening
1.2.1.
Het exploot van betekening is op 13 februari 2018 uitgebracht aan de ambtenaar van het parket van het Openbaar Ministerie (OM) bij deze rechtbank. De man is woonachtig in [woonplaats], Marokko. Overeenkomstig het exploot dient overeenkomstig de artikelen 3-6 van het Haags Betekeningsverdrag 1965 betekening of kennisgeving worden gedaan, te weten:
- door eenvoudige afgifte, of,
- als eenvoudige afgifte niet mogelijk is, door betekening of kennisgeving met inachtneming
van de vormen, in de wetgeving van de aangezochte staat voorgeschreven voor de beteke-
ning of kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich
aldaar bevindende personen.
Voorts heeft de deurwaarder een afschrift van de stukken per aangetekende post toegezonden aan zijn adres in [woonplaats], Marokko.
1.2.2.
De vrouw heeft op 21 juni 2018 stukken overgelegd waaruit blijkt dat de man de aangetekende stukken heeft geweigerd in ontvangst te nemen.
1.2.3.
De vrouw heeft op 24 juli 2018 verzocht om uitstel voor het indienen van de buitenlandse betekeningsstukken. Dit verzoek tot uitstel is door de rechtbank toegewezen. De vrouw heeft op 27 augustus 2018 laten weten dat zij ter zake nog geen bericht van het OM heeft ontvangen. Op 28 november 2018 heeft de vrouw nogmaals de stukken overgelegd waaruit blijkt dat de man de aangetekende brief heeft geweigerd in ontvangst te nemen. De vrouw stelt dat dit past bij de weigering van de man om mee te werken aan de echtscheiding in Nederland. Partijen zijn reeds in Marokko gescheiden. Echter, de buitenlandse echtscheidingsbeschikking kan niet in Nederland worden ingeschreven, nu er een apostillestempel ontbreekt op de originele beschikking. De vrouw heeft de man herhaaldelijk verzocht om zorg te dragen voor deze apostille. De man wenst echter geen medewerking te verlenen aan het legaliseren van de Marokkaanse echtscheidingsbeschikking. De vrouw beschikt ook niet over de financiële middelen om zelf af te reizen naar [woonplaats], Marokko voor een apostille. Ook bemiddeling door een Consulair Dienstencentrum is in deze niet mogelijk.
1.2.4.
De griffier van de rechtbank heeft (de advocaat van) de vrouw per e-mail verzocht om de door de autoriteiten in Marokko ingevulde stukken van betekening over te leggen.
1.2.5.
De vrouw heeft op 14 december 2018 gereageerd en stukken overgelegd waaruit blijkt dat het OM, ondanks diverse rappels, de betekeningsstukken nog niet uit Marokko heeft mogen terug ontvangen.
1.3.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [2013] te [huwelijksplaats], Marokko.
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit. Zij heeft onweersproken gesteld dat de man de Marokkaanse nationaliteit heeft. Gelet op het vorenstaande draagt deze zaak een internationaal karakter en dient de rechtbank de regels van het internationale privaatrecht toe te passen.
2.2.
Betekening
2.2.1.
De rechtbank overweegt het volgende. Om vast te kunnen stellen of de man conform de wettelijke voorschriften in de gelegenheid is gesteld verweer te voeren tegen het door de vrouw verzochte, dient beoordeeld te worden of de wijze van verzending van het verzoekschrift aan de man correct is gebeurd.
2.2.2.
Uit de stukken is gebleken dat het echtscheidingsverzoekschrift op 13 februari 2018 is betekend met inachtneming van artikel 55 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan het parket van de ambtenaar van het OM bij deze rechtbank, met verzoek om betekening te doen plaatsvinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 3-6 van het Haags Betekeningsverdrag 1965, hierna te noemen: het Verdrag. Voorts is gebleken dat het parket een aanvraag heeft ingediend bij de centrale autoriteit te Marokko (het land waar de man woonachtig is en het stuk betekend dient te worden).
De in het Verdrag geregelde wijze van betekening wordt voltooid door de toezending aan het parket van de verklaring als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag, waarin door de centrale autoriteit onder meer wordt verklaard dat aan de aanvraag uitvoering is gegeven (met de vorm waarin, de plaats waar en het tijdstip waarop dit is geschied, alsmede de persoon aan wie het stuk is afgegeven en omstandigheden die de uitvoering eventueel hebben belet). Dit stuk bevindt zich niet in het dossier. De vrouw heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat het OM deze stukken (nog) niet terug heeft ontvangen uit Marokko.
Door de vrouw is gesteld dat het echtscheidingsverzoek met vertaling ook per aangetekende post naar de man is gestuurd. De rechtbank overweegt te dienaangaande dat ingevolge artikel 10 van Pro het Verdrag stukken rechtstreeks kunnen worden toegezonden, tenzij de staat van bestemming verklaart zich daartegen te verzetten. Marokko heeft niet verklaard zich daartegen te verzetten, zodat toezending van de stukken per post geldt als betekening in de zin van het Verdrag. De man heeft geweigerd die aangetekende post in ontvangst te nemen.
De man is niet in de procedure verschenen. Ingevolge artikel 15 lid 1 van Pro het verdrag houdt de rechter in dat geval de zaak aan, totdat is gebleken dat:
“hetzij van het stuk betekening of kennisgeving is gedaan met inachtneming van de vormen in de wetgeving van de aangezochte Staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich op het grondgebied van dat land bevindende personen”;
“hetzij het stuk aan de verweerder in persoon of aan zijn woonplaats is afgegeven op een andere in dit verdrag geregelde wijze, en dat de betekening of de kennisgeving, onderscheidenlijk de afgifte zo tijdig is geschied dat de verweerder gelegenheid heeft gehad verweer te kunnen voeren”.
Het is de rechtbank gebleken dat de aangetekende brief conform de wettelijke voorschriften aan de man is aangeboden. Het feit dat de man deze brief heeft geweigerd mag niet in de weg staan van het feit dat voldaan is aan de voorwaarde als gesteld onder 1. Het is een ieders eigen verantwoording om de aan hem gerichte post in ontvangst te nemen en te lezen. Bij weigering hiervan zijn de consequenties daarvan voor eigen rekening.
Uit de overgelegde bescheiden blijkt daarnaast dat de stukken van betekening op 20 februari 2018 door het OM naar Marokko zijn verstuurd. Het feit dat de door de autoriteiten in Marokko ingevulde stukken niet terug zijn ontvangen doet niets af aan het feit dat er sinds de betekening voldoende tijd is verstreken om de man in de gelegenheid te stellen tijdig verweer te voeren naar aanleiding van het door de vrouw verzochte. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de ingevulde betekeningsstukken voor de beoordeling of de betekening correct is geschied geen toegevoegde waarde hebben, nu Marokko zich niet verzet tegen artikel 10 van Pro het Verdrag en de verzending van de betekeningsstukken aan de man per aangetekende post reeds geldt als betekening in de zin van het Verdrag.
2.2.3.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de betekening op correcte wijze is geschied.
2.3.
Scheiding
2.3.1.
De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.3.2.
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw zich in Nederland bevond, deze daar sinds ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had en ten tijde van de indiening reeds de Nederlandse nationaliteit bezat, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding.
2.3.3.
Op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
2.3.4.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [huwelijksplaats], Marokko op [2013].
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Frénay, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier H.J.V.A.M. Haremaker-Savelberg op 21 december 2018.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv Pro openlijk bekend is gemaakt..