ECLI:NL:RBLIM:2018:12437
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding uitgesproken ondanks weigering betekening in Marokko
De vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Limburg, waarbij de man woonachtig is in Marokko. De betekening van het verzoekschrift aan de man is gedaan via het Openbaar Ministerie en per aangetekende post in Marokko, maar de man heeft geweigerd de stukken in ontvangst te nemen. Ondanks dat de door Marokkaanse autoriteiten ingevulde stukken van betekening niet zijn terug ontvangen, oordeelt de rechtbank dat de betekening rechtsgeldig is volgens artikel 10 van Pro het Haags Betekeningsverdrag, aangezien Marokko zich niet verzet tegen directe toezending.
De rechtbank stelt dat het de eigen verantwoordelijkheid van de man is om de aan hem gerichte post te ontvangen en te lezen, en dat weigering hiervan consequenties heeft. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen in de procedure. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit bezit en sinds ten minste zes maanden in Nederland verblijft, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is.
Op grond van het ontbreken van verweer en het duurzame ontwricht zijn van het huwelijk, spreekt de rechtbank de echtscheiding uit. De uitspraak is gedaan door rechter P.H.J. Frénay op 21 december 2018 te Maastricht. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit ondanks de weigering van de man om de betekening in Marokko te accepteren.