ECLI:NL:RBLIM:2018:12044
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap met toepassing Haags Huwelijksvermogensverdrag
De rechtbank Limburg heeft op 4 december 2018 uitspraak gedaan over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen de vrouw en de man. De zaak betrof onder meer de toedeling van de woning, kapitaalpolissen, doorlopend krediet, auto's en inboedel. Partijen hadden geen geldige rechtskeuze gemaakt, waardoor het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing was en het Nederlandse recht leidend werd geacht, aangezien Nederland de eerste gewone verblijfplaats van partijen na het huwelijk was.
De woning werd getaxeerd op €105.000 en aan de vrouw toegewezen, onder de voorwaarde dat zij de hypothecaire leningen volledig voor haar rekening neemt en de man wordt ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Kapitaalpolissen werden eveneens aan de vrouw toegekend, waarbij de waarde tot het moment van gezamenlijke premiebetaling fifty-fifty werd verdeeld. Het doorlopend krediet werd verdeeld waarbij de man volledig aansprakelijk was voor zijn opname na de peildatum.
De rechtbank oordeelde verder dat de vrouw de helft van de verkoopopbrengst van een auto aan de man moet betalen, terwijl een andere auto aan de man werd toegewezen met een vergoeding aan de vrouw. Het saldo van de bankrekening van de vrouw werd aan haar toegewezen, maar zij moest de helft aan de man betalen. De inboedel werd grotendeels aan de man toegekend, met een overbedelingsvergoeding aan de vrouw. Diverse schulden werden fifty-fifty verdeeld en verzoeken tot vergoeding van schade en kosten werden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid. Elke partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap toe met toepassing van Nederlands recht en wijst diverse vorderingen af wegens onvoldoende bewijs.