Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling op 17 december 2018.
Rechtbank Limburg
Werkneemster is sinds 2008 werkzaam bij Vitalis, eerst via payroll en vanaf 2015 rechtstreeks. In februari 2017 is een arbeidsovereenkomst met een nul-urencontract gesloten. Werkneemster werkte in 2018 diverse uren per maand en ontving loon op basis van gewerkte uren. Medio 2018 heeft zij de arbeidsovereenkomst opgezegd en is zij bij een andere werkgever in dienst getreden, waardoor zij alleen nog in weekenden beschikbaar was voor Vitalis.
In juli en augustus 2018 sommeerde werkneemster Vitalis tot betaling van loon op basis van een vermeende hogere urenomvang en achterstallig loon over februari tot augustus 2018. Vitalis reageerde niet. Werkneemster startte daarop een kort geding voor onmiddellijke betaling.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat het loon betreft over een eerdere periode en werkneemster inmiddels een andere baan heeft en in haar levensonderhoud kan voorzien. Ook is onduidelijk waarom zij pas in juli/augustus 2018 sommeerde terwijl het loon al sinds februari 2018 te laag zou zijn geweest. Gezien het restitutierisico en het ontbreken van doorlopende schade kan zij de bodemprocedure afwachten. Daarom wordt zij niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Werkneemster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang en veroordeeld tot betaling van proceskosten.