Op 4 januari 2015 sloot de gedaagde partij een driejarig energiecontract met NLE Zakelijk voor levering van elektriciteit en gas. Vanaf oktober 2015 ontstonden betalingsachterstanden. NLE Zakelijk stelde de gedaagde partij in gebreke en beëindigde uiteindelijk de overeenkomst wegens wanbetaling. Daarbij bracht zij een opzegvergoeding in rekening.
De gedaagde partij betaalde de verbruikskosten, maar niet de opzegvergoeding. NLE Zakelijk vorderde deze vergoeding, stellende dat zij recht had op betaling vanwege de wanbetaling die tot ontbinding leidde. De gedaagde partij betwistte dit en stelde dat de vergoeding alleen verschuldigd is indien de klant zelf opzegt.
De rechtbank oordeelde dat de algemene voorwaarden geen vergoeding voorschrijven indien de leverancier het contract beëindigt. De opzegvergoeding is bedoeld om de klant te prikkelen het contract uit te dienen en om de leverancier zekerheid te bieden. Ook was er een mogelijkheid tot opschorting van levering bij wanbetaling, die NLE Zakelijk niet heeft benut. De vordering tot betaling van de opzegvergoeding en buitengerechtelijke kosten werd daarom afgewezen. NLE Zakelijk werd veroordeeld in de proceskosten.