Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan de rechter en aan partijen.
Rechtbank Limburg
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Limburg op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek vloeit voort uit een incident waarbij de rechter in haar privésituatie tijdens een verbouwing werd geconfronteerd met de gedaagde partij uit een civiele procedure die zij behandelt.
De rechter motiveerde haar verzoek met het oog op het voorkomen van de schijn van partijdigheid, aangezien de gedaagde door een bedrijf was gestuurd naar haar woning. De zaak waarin de rechter betrokken is, betreft een lopende civiele procedure met een geplande vervolgvergadering.
De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er een zwaarwegende aanwijzing bestaat voor mogelijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij een rechtzoekende.
Gezien de omstandigheden acht de kamer het verzoek gegrond en wijst het toe om de schijn van partijdigheid te vermijden. De beslissing werd op 22 november 2018 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens schijn van partijdigheid.