Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
(rechtbank: bedoeld wordt [medeverdachte 6] )) op 29 april bij [medeverdachte 3] in de woning was. [9] [medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat iemand op het idee kwam om een homo te gaan rippen. Iedereen (dat waren: hijzelf, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [VERDACHTE] en de Poolse jongen) is ermee akkoord gegaan om iemand geld afhandig te maken. Hij heeft via zijn telefoon samen met [medeverdachte 5] een account aangemaakt op Bullchat.com voor een pay-date. Dit is een site waar mensen betalen voor seks. Na enige tijd heeft een man uit België gereageerd en is met hem via WhatsApp een afspraak gemaakt. Toen zij wisten dat de man zou komen, hebben zij de volgende afspraken gemaakt. [medeverdachte 2] zou de deur open doen, [medeverdachte 4] zou de deur afsluiten als die man binnen was. Hijzelf stond met [VERDACHTE] boven aan de trap en [medeverdachte 4] en de Poolse jongen stonden op het toilet. De buit zou worden verdeeld.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit/de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
jeugddetentie van 180 dagen;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 130 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 65 dagen;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde partij] , wonende te Tilburg, te betalen € 1.114,47, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 29 april 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 300,00;
- bepaalt dat voor zover deze bedragen door een of meer mededader(s)zijn betaald, de verdachte niet gehouden is deze bedragen aan de benadeelde partij te betalen;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde partij] , van € 1.114,47, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente over
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover het bedrag door een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.
J.H.J. van Daal, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 november 2018.