Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2018.
Rechtbank Limburg
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de berekening van zijn WIA-maandloon door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Hij stelde dat zijn inkomsten als zelfstandige niet hadden mogen worden meegenomen en dat de referteperiode onjuist was toegepast, wat tot een lagere uitkering zou leiden dan een WW-uitkering.
De rechtbank stelde vast dat eiser vanaf 24 augustus 2015 volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV het WIA-dagloon heeft berekend op basis van het genoten loon in de wettelijk voorgeschreven referteperiode van 1 augustus 2014 tot en met 31 juli 2015. De inkomsten uit zelfstandige arbeid zijn niet meegenomen in de berekening van het dagloon.
De rechtbank oordeelde dat de Wet WIA en het Dagloonbesluit geen ruimte bieden voor een afwijkende referteperiode en dat het UWV de systematiek correct heeft toegepast. De stelling van eiser over rechtsongelijkheid faalde omdat de wettelijke regels voor WIA-uitkeringen nu eenmaal anders zijn dan die voor WW-uitkeringen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.A. Teeuwissen op 16 november 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van het WIA-maandloon wordt ongegrond verklaard.