Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
.
Rechtbank Limburg
De woningcorporatie Woonpunt vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege de aanwezigheid van een geringe hoeveelheid harddrugs in de woning van de huurder. De burgemeester van Heerlen had een sluitingsbevel uitgevaardigd voor een jaar, maar dit bevel werd door bestuursrechtelijke rechtsmiddelen geschorst en uiteindelijk vernietigd, waardoor de huurder de woning bleef gebruiken.
De huurder werd strafrechtelijk vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs voor handel in harddrugs. De kantonrechter sloot zich aan bij het oordeel van de bestuursrechter dat het sluitingsbevel onterecht was. Hoewel de hoeveelheid drugs de grens voor privégebruik overschreed, ontbrak elk bewijs van handelsoogmerk.
De rechtbank oordeelde dat de woningcorporatie onvoldoende had gesteld en bewezen om ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De vorderingen werden afgewezen en Woonpunt werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de huurder.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen; woningcorporatie draagt proceskosten.