Uitspraak
10.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 22 augustus 2018;
- de door [eiser] genomen akte houdende eisvermindering;
- de door [gedaagde] genomen akte;
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure bij Rechtbank Limburg heeft eiser zijn vordering om proceseconomische redenen verminderd tot een hoofdsom van €2.605,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Gedaagde heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt, waardoor de rechtbank de verminderde eis toewijst.
De rechtbank stelt vast dat de bewijslevering die eerder was toegestaan geen doel meer dient vanwege de eisvermindering. Eiser is in de hoofdzaak reeds veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk hoger bedrag, waardoor de verminderde vordering in deze vrijwaringszaak toewijsbaar is.
Gedaagde heeft het toegewezen bedrag niet direct voldaan, waardoor eiser niet zonder meer in de proceskosten kan worden veroordeeld. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen omdat zij over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld.
De uitspraak veroordeelt gedaagde tot betaling van €2.605,- met rente en nakosten, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.605 met wettelijke rente en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.