Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind, geboren in 2016. De moeder had ernstige psychiatrische problematiek en was tijdelijk opgenomen geweest in een GGZ-instelling. De Raad verzocht primair om beëindiging van het gezag en subsidiair om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing.
Tijdens de zitting bleek dat de moeder sinds april 2017 met voorwaardelijk ontslag thuis verbleef en stabiel was, mede door medicatie en begeleiding van het FACT-team. De rechtbank vond dat onvoldoende informatie beschikbaar was over de opvoedvaardigheden van de ouders en het perspectief van het kind, waardoor een beëindiging van het gezag op dit moment te verstrekkend zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing passend zijn om nader onderzoek te doen naar de zorgmogelijkheden van de ouders en de ontwikkeling van het kind. De machtiging tot uithuisplaatsing werd toegekend voor zes maanden, met voortzetting van de ondertoezichtstelling voor een jaar. De beslissing over de resterende termijn van uithuisplaatsing werd aangehouden tot een zitting in maart 2018.
De rechtbank benadrukte het belang van duidelijkheid over het perspectief van het kind binnen de komende zes maanden en stelde een rapportage door de gezinsvoogd voor medio maart 2018. Het verzoek tot beëindiging van het gezag werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder wordt afgewezen; ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden toegewezen.