Op 11 mei 2015 trof de politie in een woning in Heerlen een hennepknipperij aan met ongeveer 57,98 kilogram hennep. Verdachte, samen met vier medeverdachten, werd aangehouden. De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was van het bewerken en verwerken van hennep, gelet op haar aanwezigheid, vuile en plakkerige handen en de professionele inrichting van de ruimte.
De verdediging stelde dat verdachte slechts haar woning ter beschikking had gesteld en niet actief had deelgenomen, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank baseerde zich op verklaringen van verbalisanten, proces-verbaal van bevindingen en de omstandigheden ter plaatse.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleger was van het strafbare feit zoals omschreven in de Opiumwet. Gezien de professionele aard van de hennepknipperij en de ernst van het feit, legde de rechtbank een taakstraf van 80 uren op, subsidiair 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank constateerde een beperkte overschrijding van de redelijke termijn maar vond dit niet aanleiding tot strafvermindering.