Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling op 21 augustus 2017, waarbij ook voormalige partner van [eiseres] , [naam voormalige partner] , aanwezig was,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
Eiseres en haar voormalige partner zijn gezamenlijk eigenaar van een woning en winkel die als één geheel te koop staan. Eiseres heeft een koopovereenkomst met gedaagde ondertekend, maar de voormalige partner en gedaagde niet. Gedaagde legde conservatoir beslag op beide panden.
Eiseres verzocht om opheffing van het beslag om verkoop aan een derde partij mogelijk te maken, omdat zij vreest dat een executoriale verkoop door de bank tot een lagere opbrengst en hogere restschuld leidt. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen spoedeisend belang heeft bij opheffing van het beslag, mede omdat zij geen mede-eigenaar is van de winkel en het beslag daarop blijft rusten.
De rechtbank stelt dat het pand als geheel moet worden verkocht en dat het opheffen van het beslag op slechts één onderdeel het doel niet bereikt. Ook de hoop dat opheffing de voormalige partner tot medewerking beweegt, is onvoldoende spoedeisend belang. Het verzoek wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van conservatoir beslag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.