Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De beslissing
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Rechtbank Limburg
Op 17 december 2016 werd in het centrum van Maastricht een taxichauffeur met geweld van zijn taxi beroofd door twee mannen. De verdachte werd aangewezen als mogelijke dader op basis van camerabeelden rondom een uitgaansgelegenheid en herkenning door Belgische verbalisanten.
De rechtbank onderzocht of er voldoende bewijs was dat de verdachte daadwerkelijk de beroving had gepleegd. Hoewel de taxichauffeur en getuige de beroving bevestigden en camerabeelden het incident vastlegden, waren de daders op die beelden niet duidelijk herkenbaar. De politie volgde de vermoedelijke daders via camerabeelden tot een uitgaansgelegenheid, waar de verdachte werd herkend, maar er was onzekerheid of dit duo ook de daders van de beroving waren.
De rechtbank vond dat er te veel twijfel bestond over de identiteit van de daders en dat de politie onvoldoende onderzoek had gedaan om deze twijfel weg te nemen, zoals het houden van een confrontatie of het opvragen van pintransactiegegevens. Er was geen direct bewijs, zoals sporen in de taxi, die de verdachte als dader identificeerden. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastegelegde diefstal met geweld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij de beroving heeft gepleegd.