ECLI:NL:RBLIM:2017:7759
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek WOZ-beschikkingen voor belastingjaren 2012 en 2013
Eiseres verzocht in 2016 om afgifte van WOZ-beschikkingen voor de belastingjaren 2012 en 2013. Voor 2012 was reeds een WOZ-beschikking aan de gezamenlijke erfgenamen toegezonden, waaronder eiseres, waardoor een nieuwe beschikking op haar naam niet noodzakelijk was. Voor 2013 werd het verzoek afgewezen omdat een beschikking op grond van artikel 28 Wet Pro WOZ alleen kan zien op het begin van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van het verzoek, en het verzoek pas in 2016 werd gedaan.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaarprocedure door de executeur namens de erfgenamen tijdig was ingezet en dat de beschikking voor 2012 rechtsgeldig was toegezonden. De rechtbank oordeelde dat een beschikking gericht aan meerdere erfgenamen ook mede aan eiseres gericht is. Het beroep op het niet ontvangen zijn van de beschikking faalde daarom.
Ook het beroep dat het bezwaar van de executeur als een verzoek tot afgifte van een WOZ-beschikking had moeten worden aangemerkt, werd verworpen. De wet vereist een expliciet verzoek voor een beschikking op grond van artikel 28, wat niet was gedaan. De rechtbank bevestigde dat verweerder niet verplicht was eiseres hierover te informeren.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de afwijzende besluiten van verweerder werden bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de verzoeken om WOZ-beschikkingen voor 2012 en 2013 worden ongegrond verklaard.