Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
De bewijsmiddelen
De bewijsoverweging
- de heer [getuige 1] van de Belastingdienst de administratie van eenmanszaak [naam bedrijf 1] heeft meegenomen: ‘De heer [getuige 1] heeft de facturen en de bankafschriften uit de ordners gehaald en in een plastic zak gestopt’;
- hij na de verkoop van de vakantiewoning in 2005 of 2006 in de aangiften alleen afrekeningen van de advocaat en kosten heeft opgegeven.
De conclusie
De bewijsmiddelen (deel 1)
Bewijsoverweging (deel 1)
De bewijsmiddelen (deel 2)
- Debiteurnummer: 1391
- Factuurnummer: 211212
- Factuurdatum: 31 december ’10
- UW KENMERK: inventaris
- SUB-TOTAAL: € 52.630,--
- BTW 19%: € 10.000,--
- TOTAALFAKTUURBEDRAG: € 53.630,--
- Wij verzoeken u vriendelijk bovengenoemd totaalbedrag binnen 14 dagen over te maken op ons bankrekeningnr 15.82.16.601 onder vermelding van het debiteurnummer en factuurnummer: 1391-2100712
- Internet
- het factuurnummer begint met 210, gevolgd door het volgnummer van vier cijfers;
- de datum altijd volledig wordt vermeld en niet wordt afgekort met een apostrof;
- onder ‘uw kenmerk’ wordt verwezen naar de termijn;
- de bedragen altijd bestaan uit cijfers, ook achter de komma;
- de omschrijving altijd begint met: ‘Hierbij belasten wij u (…)’;
- de vermeldingen ‘Sub-totaal’, ‘BTW 19%’ en ‘Totaal factuurbedrag’ altijd onder elkaar staan uitgelijnd;
- het internetadres op het briefpapier niet onderstreept is.
Bewijsoverweging (deel 2)
- de factuur met factuurnummer 211212 is geboekt in de administratie van [naam bedrijf 1] van [adres 2] ;
- op grond van deze factuur in de administratie een bedrag van € 1.596,64 als voorbelasting in vooraftrek is gebracht;
- deze factuur vals is.
De bewijsmiddelen (deel 3)
Bewijsoverweging (deel 3)
De bewijsmiddelen (deel 4)
De bewijsoverweging (deel 4)
- de betreffende facturen in februari 2012 respectievelijk maart 2012 zijn geboekt in de administratie van [naam bedrijf 1] van [adres 2] ;
- op grond van deze facturen bedragen van € 1.596,64 respectievelijk € 2.394,96 als voorbelasting in vooraftrek zijn gebracht;
- deze facturen betrekking hebben op privékosten van verdachte.
- ‘februari 2012’ niet € 5.177 had moeten zijn, maar (afgerond) € 3.580 (te weten € 5.177 minus € 1.596,64);
- ‘maart 2012’ niet € 1.777 had moeten zijn, maar € 0. Na aftrek van € 2.394,96 blijft er immers geen voorbelasting over.
De bewijsoverweging (deel 5)
Conclusie
De bewijsoverweging
- de heer [getuige 1] van de Belastingdienst de administratie van de maatschap heeft meegenomen: ‘De heer [getuige 1] heeft de facturen en de bankafschriften uit de ordners gehaald en in een plastic zak gestopt’;
- hij na 2005 of 2006 nog onder andere kosten van [naam 1] heeft aangegeven in de aangiften omzetbelasting.
De conclusie
De bewijsoverweging
- de heer [getuige 1] van de Belastingdienst de administratie van [naam bedrijf 3] heeft meegenomen: ‘De heer [getuige 1] heeft de facturen en de bankafschriften uit de ordners gehaald en in een plastic zak gestopt’;
- hij na de sluiting van de winkel tot oktober 2010 nog inkopen en verkopen heeft gedaan;
- hij toen de rest van de voorraad aan de [naam bedrijf 1] winkel in Venlo heeft verkocht.
De conclusie
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- verdachte detentieongeschikt is, getuige het reclasseringsadvies en de rapportage van dr. Smals;
- het geestelijk niet goed gaat met verdachte;
- verdachte een werkstraf niet kan uitvoeren;
- een geldboete niet passend is, gelet op de financiële situatie van verdachte.
- de duur van de gedraging;
- het feit dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor verduistering in dienstbetrekking;
- het feit dat aan verdachte eerder een vergrijpboete is opgelegd voor soortgelijke feiten;
- verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
- verdachte heeft op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden.
- de gezondheidsproblemen van verdachte, zowel lichamelijk als geestelijk;
- het feit dat de reclassering in haar advies van 27 juli 2016 met betrekking tot verdachte heeft gerapporteerd dat:
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor de feiten 1, 2, 3 en 4 tot een
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- legt voor de feiten 1, 2, 3 en 4 voor de
- geeft aan de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving door de veroordeelde van de ontzetting van het recht om voornoemd beroep uit te oefenen;
- verplicht de veroordeelde medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.