Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het op 10 februari 2017 ter griffie ontvangen verzoekschrift ex art. 7:681 BW Pro met bijlagen 1 tot en met 14
- het verweerschrift dat tevens voorzien is van een voorwaardelijk tegenverzoek strekkend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex art. 7:671b BW met bijlagen 1 tot en met 6
- de mondelinge behandeling op 18 april 2017 ter gelegenheid waarvan drs. Wassen een pleitnota ingebracht heeft
- de door BAM ingediende nadere rapportage d.d. 30 mei 2017 omtrent een door Onderzoeksbureau Vidocq B.V. (verder: Vidocq) op suggestie van de kantonrechter uitgevoerd vervolgonderzoek
- de op voorhand toegezonden pleitaantekeningen van drs. Wassen
- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 3 juli 2017, die plaatsgevonden heeft tegelijk met die van de zaak van collega-werknemer [naam collega 1] (5719731 AZ VERZ 17-21).
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
ofop zijn verzoek aan hem ten laste van werkgever een billijke vergoeding kan toekennen. Met andere woorden: de werknemer kan de rechter vragen de opzegging te vernietigen of kan in plaats van vernietiging om toekenning van een billijke vergoeding vragen. Alternatieven die niet cumuleren.
€ 600,00(drie punten x € 200,00)