ECLI:NL:RBLIM:2017:6112
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing proceskostenvergoeding wegens vereenzelviging gemachtigde en belanghebbende
Eiseres, Stichting MVV, verzocht om vergoeding van proceskosten in bezwaar tegen een waarderingsbesluit van een onroerende zaak. Verweerder wees dit verzoek af, primair omdat het verzoek te laat was ingediend en subsidiair vanwege het ontbreken van beroepsmatige rechtsbijstand in bezwaar. De rechtbank oordeelde dat het afzonderlijke besluit van 2 september 2016 over de proceskostenvergoeding onjuist was omdat dit besluit als een aparte beslissing op bezwaar moet worden beschouwd, waartegen beroep mogelijk is.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte op het bezwaar tegen het besluit van 2 september 2016 had beslist en dat het bestreden besluit daarom onbevoegd was genomen en vernietigd moest worden. De rechtbank beoordeelde vervolgens of de afwijzing van de proceskostenvergoeding terecht was. Omdat het oorspronkelijke bezwaar ongegrond was verklaard en geen sprake was van een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid, was vergoeding van proceskosten in bezwaar niet aan de orde.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn oordeelde de rechtbank dat de termijn pas begon te lopen op het moment van het bezwaarschrift tegen het besluit van 2 september 2016, en dat deze termijn niet was overschreden. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van €495,- wegens rechtsbijstand in de beroepsfase, omdat de gemachtigde van eiseres in die fase ook als extern adviseur optrad.
De uitspraak werd gedaan door rechter Kleijkers en griffier Zweipfenning op 27 juni 2017 in Roermond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten wegens rechtsbijstand.