Uitspraak
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 7 juni 2017.
mevr. mr. A.C.M. FOKKEMA-SCHUTE,verbonden aan Fokkema Linssen notarissen te Rotterdam, ingediend verzoek.
Rechtbank Limburg
Verzoekster, benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de overledene, verzocht de rechtbank om de eerdere verwerping van de nalatenschap door de ouders en zus van de overledene ongedaan te maken, zodat zij alsnog beneficiair konden aanvaarden.
De nalatenschap omvatte een woning met een hypotheekschuld die hoger was dan de verkoopopbrengst, wat aanleiding gaf tot de verwerping. Later bleek dat er een uitkering uit een aan de hypotheek gekoppelde polis was, waardoor er een positief saldo van ruim €30.000 resteerde.
Verzoekster baseerde haar verzoek op artikel 4:194a lid 2 BW, dat erfgenamen de mogelijkheid biedt om na zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te aanvaarden bij onverwachte schulden. De kantonrechter oordeelde echter dat deze bepaling niet van toepassing is op een eerdere verwerping en dat de wet geen grondslag biedt om een verwerping ongedaan te maken.
De kantonrechter benadrukte dat de mogelijkheid tot beneficiaire aanvaarding bedoeld is om erfgenamen te beschermen tegen onverwachte schulden, maar dat eenmaal genomen keuzes onherroepelijk zijn. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ongedaanmaking van de verwerping van de nalatenschap wordt afgewezen.