Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord tevens incident tot voeging
- de conclusie antwoord in het incident tevens van repliek in de hoofdzaak
Rechtbank Limburg
Eisende partij heeft bij DSM/SABIC gewerkt en was deelnemer aan een pensioenregeling uitgevoerd door Stichting Pensioenfonds SABIC. Naar aanleiding van een wijziging van de pensioengerechtigde leeftijd heeft de gedaagde partij de pensioenaanspraken via een collectieve waardeoverdracht omgerekend naar een ingangsleeftijd van 67 jaar. Eisende partij was hier niet mee akkoord en vorderde nietigverklaring van deze collectieve waardeoverdracht en terugdraaien ervan.
Gedaagde partij stelde dat er nog twee vergelijkbare zaken aanhangig waren bij de kantonrechter en verzocht om voeging van deze zaken vanwege verknochtheid, omdat de feitelijke en juridische geschilpunten nagenoeg gelijk zijn. Eisende partij stemde in met de voeging, maar verzette zich tegen de kostenveroordeling in het incident.
De kantonrechter oordeelde dat de drie zaken gevoegd moesten worden op grond van artikel 222 Rv Pro, omdat beide partijen belang hadden bij de voeging. De proceskosten van het incident werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol van 14 juni 2017 voor dupliek waarna de zaken gezamenlijk zullen worden beslecht.
Uitkomst: De kantonrechter voegt de zaken samen wegens verknochtheid en compenseert de proceskosten, met verwijzing naar de rol van 14 juni 2017 voor verdere behandeling.