Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
[eiseres sub 2],
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding,
- het e-mailbericht met bijlagen van [gedaagden] c.s.,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [gedaagden] c.s..
2.De feiten
De carport van [gedaagden] heeft 4 staanders. Gezien vanaf de straat verplaatst [gedaagden] de laatste staander 30 cm terug op diens eigen perceel. Ook plaatst [gedaagden] de keermuur vanaf de laatste staander van de carport terug op het eigen perceel. Er zal voorzien worden in een deugdelijke opvang voor gronddruk. De staanders zullen worden geplaatst in beton.”
De drie andere staanders, evenals de keermuur, gezien vanaf de reeds besproken achterste staander richting de straat blijven staan op het perceel van [eisers] .”
“ [gedaagden] zal aan [eisers] binnen veertien dagen na ondertekening van deze overeenkomst een bedrag ad EUR 400,- (zegge: VIERHONDERD euro), overmaken op de betaalrekening [rekeningnummer] ten name van [eiser sub 1] ter verkrijging van de eigendom van de gronden (circa 1,5m2) van [eisers] die [gedaagden] thans in gebruik heeft. De gronden staan cursief aangegeven opbijlage2.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00