ECLI:NL:RBLIM:2017:3057

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
5 april 2017
Publicatiedatum
4 april 2017
Zaaknummer
04 5574443 cv expl 16-11754
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:218 BWArt. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurder aansprakelijk voor schade door politie-inval in gehuurde woning

De huurder huurt een woning van de verhuurder. Op 27 mei 2015 vond een politie-inval plaats in de woning, waarbij schade ontstond aan de voordeur en het kozijn ter waarde van €2.218,66.

De verhuurder vordert betaling van deze schade plus rente en kosten van de huurder. De huurder voert verweer en stelt dat de politie aansprakelijk zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de huurder aansprakelijk is op grond van artikel 7:218 BW Pro, omdat de schade aan de buitenzijde van het gehuurde is ontstaan door een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.

De rechtbank stelt vast dat de politie met spoed moest binnentreden en dat de verhuurder geen toezicht heeft op het gehuurde. De huurder had rekening moeten houden met een politie-inval vanwege verdenking van een strafbaar feit en had schade moeten voorkomen. De huurder kan de politie eventueel in vrijwaring roepen, maar blijft tegenover verhuurder aansprakelijk.

Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen conform het toepasselijke Besluit. De vordering wordt integraal toegewezen en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van €2.621,35 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Huurder wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €2.621,35 plus rente en kosten wegens schade door politie-inval.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5574443 \ CV EXPL 16-11754
Vonnis van de kantonrechter van 5 april 2017
in de zaak van:
de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting
STICHTING WOONGOED 2-DUIZEND,
gevestigd te Beesel,
eisende partij,
gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,
tegen:

1.[gedaagde sub 1] ,wonend [adres gedaagden] ,[woonplaats gedaagden] ,

2.
[gedaagde sub 2],
wonend [adres gedaagden] ,
[woonplaats gedaagden] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. L.P.H. Hameleers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de conclusie van antwoord;
  • de conclusie van repliek;
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Gedaagde partij huurt van eisende partij de woonruimte met aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats gedaagden] aan de [adres gedaagden] .
2.2.
Op 27 mei 2015 is de politie het gehuurde binnengetreden. Daarbij is schade ontstaan aan de voordeur en het kozijn van de voordeur. De herstel- en/of reparatiekosten bedragen € 2.218,66.

3.Het geschil

3.1.
Eisende partij vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 2.621,35, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Gedaagde partij voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen houdt verdeeld de vraag of gedaagde partij de schade dient te vergoeden die eisende partij heeft geleden ten gevolge van de politie-inval. Die vraag dient bevestigend te worden beantwoord, waartoe het navolgende wordt overwogen.
4.2.
Als uitgangspunt heeft artikel 7:218 BW Pro te gelden. Dit artikel bepaalt:
1. De huurder is aansprakelijk voor schade aan de verhuurde zaak die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst.
2. Alle schade wordt vermoed daardoor te zijn ontstaan, behoudens brandschade en, in geval van huur van een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, schade aan de buitenzijde van het gehuurde.
4.3.
Onderhavige schade aan de voordeur en kozijn dient te worden aangemerkt als schade aan de buitenzijde van de woning. Eisende partij dient derhalve aan te tonen dat de schade is ontstaan door een toerekenbaar tekortschieten van gedaagde partij in de naleving van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat eisende partij hierin is geslaagd.
4.4.
Als onweersproken staat vast dat de politie de woning is binnengetreden ter aanhouding van (een of meerdere) personen vanwege een strafbaar feit. Tevens kan als onweersproken worden vastgesteld dat dit binnentreden met een zeker snelheid diende te gebeuren.
Eisende partij heeft (vrijwel) geen invloed op hetgeen in een gehuurde onroerende zaak van haar gebeurt, noch heeft zij toezicht op/kennis van gedragingen van een (van haar) huurder(s). Het is dan ook aan de huurder, in casu gedaagde partij, als contractspartij van eisende partij om zich tegenover eisende partij te gedragen zoals een goed huurder betaamt en geen schade te veroorzaken/doen veroorzaken aan het gehuurde. Door zich kennelijk mogelijk schuldig te maken aan een strafbaar feit, althans de verdenkingen van een gepleegd strafbaar feit over zich te hebben afgeroepen, hetgeen door gedaagde partij niet is betwist, diende gedaagde partij er redelijkerwijs rekening mee te houden dat op enig moment een op de aanhouding van gedaagde partij gerichte politie-inval in de woning waarin gedaagde partij verbleef tot de mogelijkheid behoorde. Door deze inval niet te hebben voorkomen, schiet gedaagde partij tekort in de nakoming van haar verplichting om zich als een goed huurder te gedragen, welke tekortkoming gedaagde partij ook is toe te rekenen. Dat gedaagde partij (nog) niet is veroordeeld maakt deze overweging niet anders.
4.5.
Gedaagde partij stelt zich op het standpunt dat de politie aansprakelijk is jegens eisende partij voor de ontstane schade. Gelet op het voorgaande deelt de kantonrechter dit standpunt niet met gedaagde partij. Voor zover gedaagde partij verwijst naar een mogelijke afspraak tussen haar en de politie, althans een toezegging van de politie tegenover gedaagde partij, overweegt de kantonrechter dat het gedaagde partij vrij heeft gestaan de politie in vrijwaring op te roepen. Dit heeft zij niet gedaan. Tegenover eisende partij is gedaagde partij de aansprakelijke partij. De politie is geen partij in de huurrelatie tussen eisende partij en gedaagde partij. Mogelijk is nog dat gedaagde partij de politie in rechte aanspreekt op door haar geleden schade.
4.6.
Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.
Eisende partij heeft aan gedaagde partij een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De gevorderde vergoeding is verder in overeenstemming met het bedrag dat op grond van het Besluit is toegestaan, zodat dit aan eisende partij dient te worden toegewezen.
4.7.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.
4.8.
Gelet op het voorgaande zal de vordering integraal aan eisende partij worden toegewezen. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 100,51
  • griffierecht 471,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 921,51
4.9.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt gedaagde partij, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 2.621,35, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2016 tot aan de voldoening,
5.2.
veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 921,51,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst – voor zover nodig – het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.
type: ksf
coll: