ECLI:NL:RBLIM:2017:2743
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing uitsluitend gebruik woning en vaststelling partnerbijdrage in voorlopige voorziening
In deze voorlopige voorzieningenprocedure verzocht de vrouw om een partnerbijdrage van €1.000 bruto per maand, terwijl de man primair haar verzoek niet-ontvankelijk wilde laten verklaren en subsidiair een lagere bijdrage van €366 bruto per maand voorstelde.
De man verzocht tevens om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te wijzen, hetgeen door de vrouw werd geaccepteerd. De rechtbank kende het uitsluitend gebruik van de woning toe aan de man.
Ten aanzien van de partnerbijdrage stelde de rechtbank vast dat de vrouw feitelijk samenwoont met een partner die vrijwel alle kosten van levensonderhoud draagt. De vrouw verbleef drie à vier dagen per week bij haar partner, die haar ook naar haar werk bracht en boodschappen betaalde. De vrouw kon niet aannemelijk maken dat zij daadwerkelijk geld leent van haar moeder of dat haar moeder haar financieel kan ondersteunen.
De rechtbank concludeerde dat de vrouw met een partnerbijdrage van €200 netto per maand kan voorzien in haar levensonderhoud en stelde de bijdrage van de man vast op €341 bruto per maand, hetgeen aansluit bij de draagkracht van de man en de behoefte van de vrouw. Het meer gevorderde werd afgewezen.
De beschikking is in het openbaar uitgesproken en staat geen hoger beroep toe.
Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen en moet een partnerbijdrage van €341 bruto per maand betalen.