Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- geen sprake is van wettig en overtuigend bewijs dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld;
- geen bewijs voorhanden is dat verdachte opzet, in de zin van “willens en wetens”, had op de dood van [naam benadeelde partij 1] , [naam benadeelde partij 2] of [naam benadeelde partij 3] ;
- geen sprake is van een aanmerkelijke kans dat (een of meer) inzittenden van de personenauto als gevolg van het handelen van verdachte om het leven hadden kunnen komen;
- verdachte niet bewust heeft aanvaard of op de koop toe heeft genomen dat [naam benadeelde partij 1] , [naam benadeelde partij 2] of [naam benadeelde partij 3] gedood zouden worden doordat hij heeft geschoten, omdat verdachte heeft gedacht dat dit gevolg nooit zou kunnen intreden.
4.De strafbaarheid
5.De straf en/of de maatregel
6.De vordering tot tenuitvoerlegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
1 primair en subsidiairten laste gelegde;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gevangenisstafvoor de duur van
6 weken, alsnog zal worden tenuitvoergelegd.