Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling op 2 maart 2017;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00;
Rechtbank Limburg
Eiser heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met gedaagde waarbij hij onder diens begeleiding de opleiding tot Nederlands en Europees octrooigemachtigde zou voltooien. Na beëindiging van de samenwerking vordert eiser dat gedaagde een formulier invult waarin staat dat eiser drie maanden onder begeleiding heeft gewerkt, noodzakelijk voor zijn registratie bij het Europees Octrooibureau.
Eiser stelt dat er een spoedeisend belang is vanwege een deadline van 15 maart 2017 voor registratie om aan de opleiding te mogen beginnen. Gedaagde weigert het formulier in te vullen en voert aan dat eiser geen spoedeisend belang heeft en dat de vordering eerst aan de Raad van Toezicht van de Orde van octrooigemachtigden voorgelegd had moeten worden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser het formulier veel eerder had kunnen vorderen en dat het spoedeisend belang ontbreekt. Het eigen nalaten van eiser om tijdig te handelen kan niet leiden tot een spoedeisend belang. De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.