Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
d.
7 maart 2017
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- [naam slachtoffer] , 10 jaar oud geworden, is overleden als gevolg van verwikkelingen van een bloeding en herbloeding onder het harde hersenvlies (subduraal hematoom).
- Er was sterk gezwollen hersenweefstel; door de hersenzwelling wordt het overlijden zondermeer verklaard op basis van functieverlies van de hersenen.
- Er is geen andere oorzaak gevonden voor het ontstaan van de bloeding of herbloeding onder het harde hersenvlies dan een traumatische: een of andere vorm van uitwendig inwerkend botsend geweld op het hoofd.
- Een traumatische oorzaak is de meest waarschijnlijke.
(de rechtbank: de verdachte)bezocht [naam slachtoffer] tijdens een ochtendvisite, waarbij genoteerd staat dat hij nog heel veel hoofdpijn heeft, dubbel ziet, maar niet meer braakt. [naam slachtoffer] werd lichamelijk onderzocht, nadat hij medicatie had gehad. [naam slachtoffer] maakte op dat moment geen zieke indruk en gaf aan dat de hoofdpijn beter
(de rechtbank begrijpt: minder) was. Verder staat onder andere vermeld dat het neurologisch onderzoek geheel normaal was (
de rechtbank begrijpt: de uitslag daarvan) en dat er op dat moment geen sprake was van dubbelzien.
(de rechtbank begrijpt: om de verpleging)wegens (onder andere) heftige, stekende hoofdpijn en misselijkheid.
de rechtbank: arts niet in opleiding tot specialist) kindergeneeskunde en dat de kinderarts
(de rechtbank: de verdachte)ook een aantal pijnaanvallen van [naam slachtoffer] is wezen observeren. Om 18.00 uur was er opnieuw een flinke hoofdpijnaanval van 10 minuten waarbij [naam slachtoffer] aangaf dat hij de voor hem ergst denkbare pijn had (VAS score 10+). Ook om 18.30 uur had [naam slachtoffer] weer een hoofdpijnaanval (VAS 9) en kreeg hij diclofenac als medicatie. Er waren ook andere verschijnselen rond 18.00 uur, waaronder motorische onrust, braken, trekken aan haren, trillen met armen of been en verwardheid. Op latere tijdstippen, tot 23.10 uur, staan wederom heftige hoofdpijnaanvallen vermeld, met soms verwardheid, twee keer met wijde lichtstijve pupillen, waarbij [naam slachtoffer] aangaf niets te kunnen zien.
(de rechtbank: de verdachte): ‘Vandaag herhaalde basilaire migraine aanvallen gehad: hoofdpijn, spugen, ziet niets of ziet dubbel, is verward en zelfs wat agressief naar moeder toe. Tijdens deze aanvallen heeft patiënt ook eerder grote pupillen die niet op licht reageren. Aanval duurt 5 tot 30 minuten. Tussen de aanvallen door is patiënt weer geheel normaal. Zeer imposant beeld. Verder gaan met REGELMATIG geven van paracetamol + diclofenac. Eventueel mag Imigran 10 mg neusspray worden herhaald.’
(de rechtbank begrijpt: een CT-scan van de hersenen), bij opname of overdag of in de (vroege) avond van 9 mei 2013 had de diagnose van een hersenbloeding met dreigende inklemming opgeleverd en zou hebben geleid tot spoedinterventie, hetgeen patiënt het leven zou kunnen hebben gered. [5]
(de rechtbank: druk in de hersenen)een CT-scan van de schedel te maken. Dat gaat snel en op een eenvoudige manier. Bij de patiënt [naam slachtoffer] is bij de opname de diagnose migraine gesteld, maar men heeft andere oorzaken voor de verschijnselen niet als reële mogelijkheden gezien, ook niet toen het klachtenpatroon niet meer voldeed aan de criteria voor de diagnose migraine.
Die hoofdpijnen namen in de loop van die dag (9 mei 2013) niet af, maar werden juist erger. Zelfs zo erg dat [naam slachtoffer] om 18:00 uur de meer dan maximale pijnscore van 10+ aan gaf.
Vanaf 13:00 uur die dag traden er bovendien steeds meer verontrustende verschijnselen bij [naam slachtoffer] op: rond 13.00 uur schreeuwde hij het uit van de pijn en braakte hij weer, zijn arm vertoonde een trilling bij aanraking om 15:30 uur, om 18:00 uur was [naam slachtoffer] motorisch onrustig, trok hij aan zijn haren van de pijn, braakte weer, trilde met zijn armen en been en was hij verward.
Hierdoor werd de diagnose basilaire migraine steeds onwaarschijnlijker. Daarbij dacht de verdachte rond 18:00/18:30 uur aan het mogelijke bestaan van een ruimte innemend proces, namelijk een tumor in de hersenen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 2.500,00;
- beveelt dat, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal volgt, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 35 dagen.