In maart 2015 werd in een woning te Well een amfetaminelaboratorium aangetroffen. De verdachte werd samen met anderen aangehouden nabij een bosperceel waar materialen werden gevonden die verband hielden met de productie van amfetamine. De officier van justitie stelde dat verdachte medepleger was, onder meer vanwege het aantreffen van een afstandsbediening van het hek van de woning bij verdachte en de aanwezigheid van handschoenen en geld.
De verdediging voerde aan dat er geen concreet bewijs was dat verdachte betrokken was bij de productie, dat de afstandsbediening ook door anderen kon zijn doorgegeven, en dat de geurwaarneming door de politie onbetrouwbaar was. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om verdachte te verbinden aan het tenlastegelegde. Er was geen bewijs dat verdachte in het laboratorium was geweest of een rol had gespeeld.
De rechtbank wees de geurproef af vanwege mogelijke contaminatie en het ontbreken van wetenschappelijke zorgvuldigheid. Ook was het niet bewezen dat verdachte deel uitmaakte van de groep mannen die door getuigen waren gezien. Er ontbrak een concreet verband tussen verdachte en de aangetroffen tassen en medeverdachten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.