Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
SCHOONMAAKBEDRIJF [X] B.V.,
Rechtbank Limburg
Werknemer was sinds 1 september 2004 in dienst bij werkgever in de functie van meewerkend voorman. Na een periode van ziekte en functioneringsproblemen ontstond een conflictsituatie, waarbij werkgever werknemer een lagere functie aanbood, wat werknemer weigerde. Werkgever stuurde een vaststellingsovereenkomst, maar partijen bereikten geen overeenstemming.
Werknemer verscheen niet op het werk op 31 oktober en 1 november 2016, waarna werkgever hem op staande voet ontsloeg wegens vermeende werkweigering. Werknemer stelde dat hij ziek was en dat de ontslaggrond niet was komen vast te staan. De kantonrechter oordeelde dat werknemer met toestemming niet werkte en dat de ontslaggrond niet bewezen was, waardoor het ontslag op staande voet werd vernietigd.
Werkgever verzocht vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding. Werknemer erkende het conflict en de kantonrechter vond dat er een redelijke grond was voor ontbinding. Herplaatsing was niet in de rede. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 april 2017, met toekenning van een transitievergoeding van €10.955,77 bruto.
De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen gezien de ontbinding en ongeschiktheid van werknemer voor zijn functie. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 april 2017 met toekenning van transitievergoeding.