ECLI:NL:RBLIM:2017:12814
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering beschikking ex art. 31 Rv wegens ontbreken wettelijke grondslag
In deze zaak heeft de cassatieadvocaat verzocht om verbetering van een eerdere beschikking van de rechtbank Limburg, waarbij specifiek werd gevraagd om vermelding van een door de advocaat van betrokkene ingediende brief van 24 mei 2017 met bijlagen. De rechtbank heeft onderzocht of deze brief daadwerkelijk was ontvangen en onderdeel uitmaakt van het dossier.
Uit het onderzoek bleek dat de brief en bijlagen inderdaad door de rechtbank waren ontvangen en dus onderdeel van het dossier vormen. De rechtbank overwoog dat er echter geen wettelijke grondslag bestaat om in de beschikking afzonderlijk melding te maken van elke ontvangen brief, ook niet als deze omvangrijk is.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen sprake is van een evidente fout die op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor verbetering in aanmerking komt. Het verzoek tot verbetering werd dan ook afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door rechter F.L.G. Geisel op 22 augustus 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de beschikking wordt afgewezen wegens ontbreken van wettelijke grondslag.