Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
De bewijsoverweging
de rechtbank begrijpt [aangeefster/moeder van slachtoffer]] frietjes ging halen, hetgeen overeenkomt met wat [aangeefster/moeder van slachtoffer] heeft verklaard dat zij een keer per week naar de frietkraam ging om frietjes te halen. Naast de verklaring van [slachtoffer] bevinden zich in het dossier de verklaringen van de getuigen [getuige 2] , een vriend van verdachte, en [getuige 1] . De verdediging heeft aangevoerd dat het gesprek in de auto tussen verdachte en deze getuigen nog niet bevestigt dat er seksuele of ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Deze getuigen verklaren onafhankelijk van elkaar evenwel niet alleen dat verdachte het in de auto heeft gehad over de ‘ondeugendheden’ van [slachtoffer] , maar ook dat verdachte daarbij heeft aangegeven dat hij ‘er 12 jaar voor kan krijgen’. Al zou [slachtoffer] iets ‘onschuldigs’ hebben gezegd, dan verhoudt zich dit nog niet met de uitspraak van verdachte dat hij hoopt dat ‘ [slachtoffer] niet haar mond opendoet, omdat hij anders 12 jaar zou krijgen’. De rechtbank acht de ontkenning van verdachte dan ook kennelijk leugenachtig, te meer nu deze twee getuigen zijn ontkenning logenstraffen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De vorderingen van de benadeelde partijen
Het standpunt van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
Het oordeel van de rechtbank
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
2.
Vrijspraak
3;
- verklaart het tenlastegelegde onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde voornoemd, van een bedrag van 30.000,00 euro bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- verklaart de benadeelde partij
- veroordeelt de benadeelde partij tevens in de kosten van de verdachte en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil.