ECLI:NL:RBLIM:2017:12006

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 december 2017
Publicatiedatum
6 december 2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 963
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen strafontslag wegens termijnoverschrijding

Eiser was sinds 2008 werkzaam bij de gemeente Venlo en kreeg op 11 maart 2016 een voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim met een proeftijd van twee jaar. Op 29 maart 2016 werden in zijn woning briefpapier en gemeente-enveloppen aangetroffen die hij gebruikte voor zijn privé 'lego'-ruilhandel. Verweerder schorste eiser en legde op 13 juli 2016 onvoorwaardelijk ontslag op.

Eiser stelde in beroep dat er geen sprake was van plichtsverzuim en dat hij toestemming had gevraagd voor het meenemen van de spullen, die hij bovendien al voor de proeftijd had meegenomen. De rechtbank stelde vast dat het beroep te laat was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat eiser werd bijgestaan door een professionele gemachtigde.

De rechtbank kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het beroep. Tevens oordeelde zij dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden en geen recht heeft op bijstand vanwege zijn vermogen. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid tot verkoop of bezwaring van de eigen woning in het kader van bijzondere bijstand.

Uitkomst: Het beroep tegen het strafontslag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK limburg
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB/ROE 17/963
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2017 in de zaak tussen
[naam 1], te [plaatsnaam] , eiser
(gemachtigde: mr. R.M.M. Menting),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, verweerder
(gemachtigde: mr. L.E.J.M. Vehns).
Procesverloop
Bij besluit van 13 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser de disciplinaire staf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd per 15 juli 2016.
Bij besluit van 10 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser heeft sedert 2008 bij verweerder gewerkt als straatcoach en daarna als Handhaver B. Bij besluit van 11 maart 2016 heeft verweerder eiser de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd (met bijkomende straf van salarisvermindering) met een proeftijd van 2 jaar wegens plichtsverzuim. Dit besluit is in rechte komen vast te staan. Op 29 maart 2016 zijn in de woning van eiser briefpapier met het gemeente-logo alsmede gemeente-enveloppen aangetroffen ten behoeve van eisers hobby: ‘lego’-ruilhandel (legoblokjes). Bij besluit van 31 mei 2016 heeft verweerder eiser geschorst bij wijze van ordemaatregel per 17 mei 2016.
2. Verweerder stelt zich op het standpunt -kort weergegeven- dat eiser zonder toestemming gemeente-enveloppen heeft gebruikt voor zijn privé ruilhandel (verzenden van legoblokjes). Aangezien dit plichtsverzuim heeft plaatsgevonden in zijn proeftijd, is terecht besloten tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag.
3. Eiser voert in beroep aan -kort samengevat- dat (primair) geen sprake is van plichtsverzuim en (subsidiair) het plichtsverzuim zich niet gedurende de proeftijd heeft voorgedaan. Eisers stelt toestemming te hebben gevraagd (aan [naam 2] of [naam 3] ) en gekregen om de betreffende zaken mee naar huis te nemen. Verder stelt eiser dat hij de spullen reeds in 2014 dus voor het ingaan van de proeftijd mee naar huis heeft genomen.

4.De rechtbank overweegt als volgt.

Alvorens het beroep inhoudelijk te kunnen beoordelen moet de rechtbank (ambtshalve) nagaan of het beroep ontvankelijk is. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.
Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.
Niet in geschil is dat eiser na afloop van de wettelijke termijn en derhalve te laat beroep heeft ingesteld bij de rechtbank.
5. Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
6. Vast staat dat het bestreden besluit geen rechtsmiddelverwijzing bevat. Echter op grond van vaste jurisprudentie maakt dit de termijnoverschrijding niet verschoonbaar, aangezien eiser reeds in bezwaar werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, waarvan mag worden aangenomen dat deze over de vereiste kennis beschikt.
7. Over de stelling van eiser dat hij in bezwaar door een andere gemachtigde (een kantoorgenoot van zijn huidige gemachtigde) werd bijgestaan overweegt de rechtbank dat het bestreden besluit niet alleen aan eiser maar ook aan het “Het Wetshuys” (het advocatenkantoor van eisers gemachtigde) alsmede per e-mail aan mr. Menting is verzonden. Dit betekent dat eiser en zijn gemachtigde op de hoogte waren van het feit dat het bestreden besluit was genomen.
8. Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser.

9.Het beroep is niet-ontvankelijk.

10.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.W. Seylhouwer, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 8 december 2017
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.