ECLI:NL:RBLIM:2017:11911
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens onvoldoende bewijs arbeidsovereenkomst en mogelijke schijnconstructie
Eiseres vordert loonbetaling van gedaagde vanaf september 2016, stellende sinds 1982 werkzaamheden te hebben verricht, aanvankelijk secretariële werkzaamheden en later als conservator van een kunstcollectie. Gedaagde betwist het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelt dat betalingen door voormalige autobedrijven zijn gedaan, en dat de arbeidsovereenkomst mogelijk per 2008 is geëindigd.
De kantonrechter beoordeelt of een arbeidsovereenkomst bestaat, waarbij gezagsverhouding, aard van werkzaamheden en loonbetaling relevant zijn. Eiseres wijzigde haar stellingen tijdens de comparitie, wat strijdig is met procesregels. Er ontbreekt bewijs dat zij als conservator is aangesteld, en gedaagde heeft dit betwist.
Hoewel loonstroken en jaaropgaven loonbetalingen tonen, ontbreekt onderbouwing van concrete werkzaamheden. Er zijn aanwijzingen voor een schijnconstructie om gelden aan gedaagde te onttrekken. Daarom wordt de loonvordering afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een arbeidsovereenkomst en aanwijzingen voor een schijnconstructie.