Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- de reden dat verdachte op 1 november 2012 navraag heeft gedaan bij de politie niet is gelegen in begunstiging van [betrokkene 1] , maar in de rol van verdachte als toezichthouder en haar controle op het naleven van de VI-voorwaarden door [betrokkene 1] ;
- verdachte contact heeft onderhouden met de advocaat van [betrokkene 1] op advies van de politie aan [betrokkene 1] . Verdachte begrijpt dan ook niet waarom dit contact haar als begunstiging verweten wordt. Daarbij ging het contact uitsluitend over de zaak in Letland en blijkt het verstrekken van een verblijfplaats van [betrokkene 1] niet uit het dossier. Met een persoon die ‘
- onduidelijk is hoe het enkele zeggen dat ‘
- de uiting ‘
- verdachte in februari 2013 aan [betrokkene 1] een telefoon heeft gezonden met de bedoeling om [betrokkene 1] in de gelegenheid te stellen te bellen met zijn moeder en verdachte. Andere telefoons werden namelijk telkens uit jaloezie stukgemaakt door zijn (ex)partner [betrokkene 4] . Dit had geen begunstiging tot doel, maar slechts persoonlijk contact met zijn naasten;
- niet uit het dossier blijkt dat [moeder van betrokkene 1] de telefoon op 31 mei 2013 aan verdachte heeft doorgegeven. Om die reden kan niet worden bewezen dat verdachte uitspraken heeft gedaan als ‘
zo blauw als het maar kan’ zou zijn, blijkt nergens uit het dossier dat er ook daadwerkelijk sprake was van politie die trachtte te infiltreren bij [betrokkene 1] . Daarmee blijft dit verwijt hangen in de sfeer van onoorbaar gedrag van verdachte in haar hoedanigheid als reclasseringsmedewerker, maar wordt hiermee niet voldaan aan de bestanddelen van artikel 189 Sr Pro. Op geen enkele plek in het dossier dan wel in het requisitoir van de officier van justitie is aangegeven op welke wijze het gedrag van verdachte het onderzoek naar [betrokkene 1] heeft bemoeilijkt of gedwarsboomd. Evenmin is van de zijde van het openbaar ministerie gesteld dat er omstandigheden of aanwijzingen zijn voor een op algemene ervaringsregels gebaseerde aanmerkelijke kans op het ontkomen aan de nasporing door [betrokkene 1] als gevolg van gedragingen van verdachte.
beter maar niet door de telefoon bespreken’, ‘
kop houden’ en ‘
zo blauw als het maar kan’ gesteld kan worden dat verdachte volstrekt niet heeft gehandeld zoals het een professioneel en integer reclasseringsmedewerker betaamt, is hierin onvoldoende bewijs gelegen dat verdachte [betrokkene 1] behulpzaam is geweest bij het ontkomen aan nasporing door politie en justitie in het opsporingsonderzoek naar de moord op [betrokkene 4] .