Uitspraak
1.[huurder 1] ,
[huurder 2],
[huurder 3],
[huurder 4],
[huurder 5],
[huurder 6],
[huurder 7],
[huurder 8],
[huurder 9],
[huurder 10],
[huurder 11] ,
[huurder 12] ,
[huurder 13] ,
[huurder 14] ,
[huurder 15] ,
[huurder 16] ,
[huurder 17] ,
Rechtbank Limburg
De Stichting Woonzorg Nederland verhuurt seniorenappartementen waar de binnentemperatuur in de periode april tot oktober structureel en langdurig boven de 25 graden Celsius oploopt. De huurders stellen dat dit een gebrek vormt zoals bedoeld in artikel 7:204 BW Pro. De kantonrechter bevestigt dit en overweegt dat Woonzorg als professionele verhuurder mag worden gehouden aan het bieden van een wooncomfort dat geschikt is voor senioren, waaronder een aanvaardbaar binnenklimaat.
Een deskundigenbericht concludeert dat alleen automatische buitenzonwering effectief genoeg is om de temperatuur te reguleren, maar gezien de hoge kosten acht de kantonrechter een combinatie van krachtige mobiele airco's en zonwerende folie een aanvaardbare oplossing. Woonzorg moet de kosten van de airco's dragen, terwijl huurders de binnenzonwering zelf betalen.
De kantonrechter bepaalt dat een huurprijsvermindering van 25% gerechtvaardigd is gedurende de periode 1 juli tot 1 oktober vanaf 3 december 2014 totdat het gebrek is hersteld. Vorderingen van huurders tot een hogere huurverlaging wegens dwaling en vergoeding van binnenzonwering en koelingen worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt en de deskundigenkosten voor rekening van Woonzorg blijven.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van 25% van 1 juli tot 1 oktober tot herstel van het gebrek aan hoge binnentemperatuur in seniorenappartementen.