ECLI:NL:RBLIM:2017:10407
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ernstige overschrijding redelijke termijn in witwaszaak
De rechtbank Limburg behandelde een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van gewoontewitwassen, gebruik van valse koop- en huurovereenkomsten en deelname aan een criminele organisatie. De feiten dateren uit de periode 2001-2011. De zaak kende een langdurige procedure met meerdere zittingen tussen 2014 en 2017.
De verdediging verzocht om niet-ontvankelijkheid van het OM wegens een overschrijding van bijna acht jaar vanaf de eerste doorzoeking in 2009 tot de inhoudelijke behandeling in 2017. De rechtbank constateerde dat deze overschrijding het verdedigingsbelang en het belang van waarheidsvinding ernstig schaadde. Hoewel jurisprudentie doorgaans leidt tot strafreductie, oordeelde de rechtbank dat de ernst van de overschrijding en het handelen van het OM in deze zaak een niet-ontvankelijkheid rechtvaardigen.
De rechtbank wees erop dat het dossier al in 2012 was gesloten en dat de regiezitting in 2014 had kunnen leiden tot een efficiëntere procedure, onder meer door het aanpassen van de tenlastelegging en het splitsen van medeverdachten. Dit was echter nagelaten, waardoor de procedure onnodig werd vertraagd. Gezien de resterende feiten achtte de rechtbank het strafvorderlijk belang bij verdere vervolging afwezig en verklaarde het OM niet-ontvankelijk.
De tenlastelegging omvatte witwassen van grote geldbedragen, valsheid in geschrifte met valse koop- en huurovereenkomsten, en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank sprak het vonnis uit op 24 oktober 2017.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn.