Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade, verweerder
[besloten vennootschap], te [vestigingsplaats].
Rechtbank Limburg
Eiser, eigenaar van een perceel nabij een kunststofverwerkingsbedrijf, verzocht handhavend op te treden tegen het bedrijf wegens geurhinder, schadelijke chemische uitstoot en slagschaduw door stoomwolken. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde in beroep ook geluidsoverlast, opslag van gevaarlijke stoffen en stofexplosiegevaar aan de orde, maar deze punten vielen buiten de reikwijdte van het handhavingsverzoek.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot geurhinder, schadelijke stoffen en stoomwolken. Het bedrijf valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer en is een inrichting type B. Onafhankelijke deskundigen voerden organoleptische controles uit en stelden vast dat er geen onaanvaardbare geurhinder was. Ook was er geen relevante emissie van gevaarlijke stoffen, en de stoomwolken bestonden uit onschadelijke waterdamp.
Eiser bracht geen concrete aanwijzingen naar voren die het deskundigenadvies konden betwijfelen. De rechtbank concludeerde dat er geen overtredingen waren en dat het handhavingsverzoek terecht was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard.