Uitspraak
N.V. Waterleiding Maatschappij Limburg (WML), te Maastricht,
Dunea N.V., te Zoetermeer,
Evides Waterbedrijf N.V., te Rotterdam en
AnQore B.V.
WML, Dunea N.V.,
Evides Waterbedrijf N.V.en
Sitech Services B.V.
8 oktober 2015, alsmede de beslissing op bezwaar van 16 februari 2016, ingetrokken, aangezien op 25 maart 2016 de wijzigingsvergunning in werking is getreden, waardoor de lozing van pyrazoolhoudend afvalwater is gelegaliseerd en derhalve geen overtredingen van artikel 6.2 van de Waterwet meer plaatsvinden.
18 december 2015 dwangsommen heeft verbeurd met een totaalbedrag van € 150.000,-. Evenmin is betwist dat eiseres 1 deze dwangsommen aan verweerder heeft betaald. Ter zitting heeft verweerder onweersproken verklaard dat met de intrekking van de last niet is beoogd dat de reeds verbeurde dwangsommen zijn komen te vervallen. De intrekking van de last onder dwangsom is door verweerder bedoeld als een opheffing van de last voor de toekomst. De rechtbank volgt verweerder in die uitleg. De rechtbank merkt eiseres 2 eveneens aan als belanghebbende, nu ter zitting onbestreden is gesteld dat eiseres 2 door het handhavingsbesluit rechtstreeks in haar bedrijfsvoering is geraakt.
1 februari 2011, 20 juni 2011 en 25 juli 2011 en noch in de aanvragen voor de betreffende (wijzigingen) van die vergunning, expliciet van pyrazool melding is gemaakt. Evenmin is een specifieke normering voor de lozing van pyrazool opgenomen in de vergunning. Ook is pyrazool daarin niet genoemd als polaire stof. De rechtbank volgt eiseressen ook niet in de stelling dat pyrazool is vergund via de parameters CVZ en Tot-N. Uit het enkele feit dat pyrazool oxideerbaar is en stikstofatomen bevat kan niet worden afgeleid dat ook de lozing van pyrazool zou zijn vergund middels de parameters CVZ en Tot-N. Indien dit het geval zou zijn zouden alle stoffen die oxideerbaar zijn of stikstofatomen bevatten zijn vergund via genoemde parameters, hetgeen niet het geval is. Tevens gaan de normen voor CZV en Tot-N uit van mg/l, terwijl het bij de aanvaardbaarheid van pyrazool gaat om veel lagere gehalten, uitgedrukt in µg/l. Gelet hierop is de lozing van pyrazool niet vergund. Daaraan doet niet af dat pyrazool wel genoemd is in register 2, welke onderdeel uitmaakt van de bij brief van 23 december 2008 opgenomen ABM-toets. Dat maakt immers nog niet dat pyrazool onderdeel uitmaakt van de aanvraag voor de latere wijzigingsvergunningen. Derhalve is sprake van strijd met artikel 6.2 van de Waterwet. Verweerder was dan ook bevoegd om handhavend op te treden.
11.Het beroep is ongegrond.
12.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.