ECLI:NL:RBLIM:2016:9624
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- C. Wapenaar
- D.C.I. van Delft
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen Mercedes-Benz
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het witwassen van een Mercedes-Benz. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met zijn broer de werkelijke rechthebbenden waren en de auto op naam van een ander hadden gezet om dit te verhullen. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts had geholpen bij de aankoop en dat er geen bewijs was dat de auto uit een misdrijf afkomstig was.
De rechtbank oordeelde dat voor een veroordeling op grond van artikel 420bis Sr vereist is dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Uit het dossier bleek geen aangifte of aanwijzingen van diefstal of verduistering van de Mercedes. Ook was niet vastgesteld of en hoe de aankoop van de auto was gefinancierd. De verklaringen van betrokkenen waren tegenstrijdig, maar er waren geen bewijzen die de stelling van de officier van justitie overtuigend ondersteunden.
Daarom kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de Mercedes middellijk uit enig misdrijf afkomstig was. De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde witwassen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 8 november 2016 te Roermond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de Mercedes uit enig misdrijf afkomstig is.