Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Waarom heb je met mijn vrouw staan praten”? [2] Aangever omschreef de man later als volgt: hij had een kaal hoofd, klein beetje baardgroei, blanke man, in de leeftijd van 25-26 jaar, ongeveer 1.65 meter, Nederlands sprekend. In het ziekenhuis werd aangever bezocht door vrienden die hem een foto van deze man hebben laten zien. [slachtoffer] zag dat deze man kickbokser was en [verdachte] heet. Nadat [slachtoffer] door die [verdachte] was aangesproken is hij naar een vriend van [verdachte] gegaan. Hij heeft toen tegen die vriend van [verdachte] gezegd: “
Praat met je vriend, ik heb niets gedaan”. Daarna kreeg aangever een klap van [verdachte] . Ook van de vriend van [verdachte] kreeg aangever een klap. [verdachte] heeft hem nog een keer geslagen. Wat er daarna precies is gebeurd weet hij niet meer. Hij werd wakker in het ziekenhuis. [3]
Persoon 1 in deze verklaring: man, Turks of Marokkaans uiterlijk, leeftijd ongeveer tegen de 50 jaar, normaal postuur, ongeveer 160-165 centimeter groot, droeg donkerkleurige jeansbroek, een shirt of hemd met meerdere kleuren, kort zwart-/grijskleurig haar. Hij is een vaste klant van ons en ik herken hem omdat hij klein is. Dit is de persoon die ik later in dit verhaal bewusteloos op de grond zag liggen.
mixed martial artsbeoefent en in deze sport kampioen is geweest. Hij heeft aangever buiten op straat een klap gegeven. Hij gaf hem een slag van de zijkant. Het was zijn bedoeling om aangever uit te schakelen. [10]
mixed martial artsen is derhalve een geoefende vechter. Aangever herkent hem later van een foto. Beide getuigen verklaren dat aangever in het café ook nog door tenminste één andere persoon werd geslagen en getrapt. Vervolgens zijn de betrokkenen naar buiten gegaan, alwaar de schermutselingen zich hebben voortgezet. Uit de camerabeelden blijkt dat ook daar meerdere personen zich tegen aangever hebben gekeerd. Op straat heeft verdachte naar hij erkent aangever uiteindelijk ‘uitgeschakeld’, door als geoefende vechter aangever van achteren zo hard te slaan dat aangever bewusteloos is geraakt en op de grond is gevallen. Naar eigen zeggen sloeg verdachte aangever ter bescherming van één van de andere personen, namelijk de medeverdachte [medeverdachte 1] . Net voordat verdachte de aangever een klap gaf had medeverdachte [medeverdachte 1] de aangever met een riem aangevallen. De rechtbank heeft de door verdachte gegeven klap, het direct daarna op de grond vallen van aangever en het roerloos blijven liggen van aangever gezien op de ter terechtzitting vertoonde camerabeelden.
mixed martial arts-vechter. Maar ook uit de overige omstandigheden blijkt niet van een noodweersituatie. Verdachte keerde nota bene terug naar het geweld na een kort gesprek met twee politieagenten om direct hierop de klap in het gezicht aan het slachtoffer uit te delen. Verdachte zocht aangever dus op. Dat sluit uit dat hij handelde om zichzelf te beschermen. Er was evenmin sprake van een acute, dreigende wederrechtelijke aanranding van medeverdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] had het gevecht gezocht met aangever en werd – zo blijkt uit de camerabeelden - daarna zelfs door omstanders in bedwang gehouden omdat hij zich anders richting aangever zou begeven. Dat duidt geenszins op een dreigende situatie voor [medeverdachte 1] . Verdachte had ook om de assistentie van de politieagenten kunnen vragen. Maar er was geen sprake van een noodweersituatie en derhalve evenmin van een noodweerexcessituatie. Dat er sprake zou zijn van een putatieve noodweersituatie omdat [medeverdachte 1] zou zijn gevallen en met een scherp voorwerp werd bedreigd, zoals verdachte heeft aangevoerd, is in tegenspraak met wat op de camerabeelden te zien is. De rechtbank hecht daaraan dan ook geen geloof en verwerpt ook dit verweer.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde feit tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;