ECLI:NL:RBLIM:2016:8351

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 september 2016
Publicatiedatum
27 september 2016
Zaaknummer
C/03/214124 / FA RK 15-4038
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.TH.M. Raab
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:31 BWArt. 10:13 BWArtikel 31 Evidence Act
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtsgeldigheid Ghanees gewoonterechtelijk huwelijk bij echtscheiding

Partijen zijn in 2002 in Ghana gehuwd. De vrouw verzoekt echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man betwist de geldigheid van dit huwelijk, stellende dat de vrouw al gehuwd was volgens Ghanees gewoonterecht met een andere man sinds 1990. Hij overlegt getuigenverklaringen en documenten ter onderbouwing.

De vrouw ontkent het bestaan van een gewoonterechtelijk huwelijk. De rechtbank moet beoordelen of het burgerlijk huwelijk nietig is vanwege het eerdere huwelijk volgens Ghanees recht. Volgens artikel 10:31 BW Pro is het toepasselijke recht Ghanees recht. De rechtbank onderzoekt de voorwaarden waaronder een gewoonterechtelijk huwelijk rechtsgeldig is en de bewijslastverdeling.

De beschikbare informatie is onvoldoende om een definitief oordeel te geven. Daarom besluit de rechtbank advies in te winnen bij het Internationaal Juridisch Instituut over de voorwaarden voor rechtsgeldigheid, wettelijke vermoedens, bewijslast, en de betekenis van artikel 31 Evidence Pro Act in relatie tot de getuigenverklaringen.

De procedure wordt aangehouden tot 12 oktober 2016 om partijen gelegenheid te geven zich over de vragen uit te laten. De kosten van het advies komen voor rekening van de staat. De uitspraak is gedaan door rechter Raab op 28 september 2016.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en vraagt advies over de rechtsgeldigheid van het Ghanees gewoonterechtelijk huwelijk.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie en jeugd
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rekestnummer: C/03/214124 / FA RK 15-4038
Beschikking d.d. 28 september 2016 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats vrouw] , [adres vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. K.P.E. van Tulden, gevestigd te Roermond,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats man] , [adres man] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. S.M.E. van Dijsseldonk, gevestigd te Eindhoven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 25 november 2015;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, ingekomen op 12 februari 2016;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, ingekomen op 10 maart 2016;
- de brief d.d. 21 juli 2016van de advocaat van de vrouw , met bijlagen;
- de brief d.d. 28 juli 2016 van de advocaat van de man, met bijlagen;
- de brief d.d. 29 juli 2016 van de advocaat van de man, met bijlagen.
1.2.
De behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 11 augustus 2016.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door mr. K.P.E. van Tulden;
- de man, bijgestaan door mr. S. de Block.
1.3.
Na de mondelinge behandeling is binnengekomen de brief d.d. 15 augustus 2016 van de advocaat van de man, met bijlage.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] 2002 te [huwelijksplaats A] , Ghana. De vrouw heeft de Ghanese nationaliteit. De man is burger van de Bondsrepubliek Duitsland. Partijen wonen in Nederland.
2.2.
Echtscheiding
2.2.1.
De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.2.2.
De man heeft primair gesteld dat het huwelijk tussen partijen nietig is omdat de vrouw al getrouwd was voordat zij met de man in het huwelijk trad. Subsidiair heeft de man gesteld dat, indien van nietigheid van het huwelijk geen sprake is, de man erkent dat partijen op [huwelijksdatum] 2002 in [huwelijksplaats A] (Ghana) zijn gehuwd en dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
2.3.
Rechtsmacht
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van partijen zich in Nederland bevond, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding en de daaraan voorafgaande vraag of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk.
2.4.
Rechtsgeldigheid van het huwelijk en toepasselijk recht
2.4.1.
De man en de vrouw hebben een huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand gesloten, zo blijkt uit het door de vrouw overgelegde Certificate of Marriage, hierna aan te duiden als “burgerlijk huwelijk”. De man stelt dat de vrouw op het moment dat zij met de man trouwde al gehuwd was met de heer [X] en dat dit een huwelijk naar gewoonterecht betrof.
2.4.2.
De man heeft in dit verband gesteld dat partijen jarenlang geen contact hebben gehad en al die tijd apart hebben geleefd. Vanuit Ghana ontving de man met de post van de heer [X] bewijsstukken, zoals een kaart waaruit de identiteit van de vrouw blijkt, foto’s en geboortebewijzen. De heer [X] heeft vervolgens ook andere instanties, zoals de IND en de Nederlandse Ambassade in [huwelijksplaats A] hierover aangeschreven. De man heeft de vrouw met deze bevindingen geconfronteerd, maar zij ontkende. Daarop heeft de man contact opgenomen met Ghana en zijn er vanuit daar verschillende getuigenverklaringen toegezonden, waarbij getuigen van het huwelijk of personen die wetenschap hebben van het huwelijk tussen de vrouw en de heer [X] verklaringen bij een notaris hebben afgelegd. De notaris bevestigt de authenticiteit van de afgelegde verklaringen.
De door de man bij het verweerschrift overgelegde verklaringen zijn:
- van de zus van “de echtgenoot” van de vrouw, [A] in Ghana d.d. 21-7-2014
- van de zus van de vrouw, Margaret Adusei Gyempheh;
- van [X] (“echtgenoot”);
- van [C]
Zij zijn blijkens deze verklaringen getuige geweest van het huwelijk van de vrouw met [X] in 1990 te [huwelijksplaats B] in the Ashanti Region in Ghana.
2.4.3.
De vrouw heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat het juist is dat de heer [X] de vader is van haar twee kinderen maar dat zij nooit met de heer [X] getrouwd is geweest. Zij betwist dat er sprake is geweest van een huwelijk naar gewoonterecht tussen haar en de heer [X] .
2.4.4.
De rechtbank dient te beoordelen of het bestaan van een naar Ghanees recht rechtsgeldig huwelijk naar gewoonterecht door de man voldoende is aangetoond en of dit tot gevolg heeft dat het later gesloten burgerlijk huwelijk nietig is.
De vraag of het tussen partijen gesloten huwelijk rechtsgeldig is dient op grond van artikel 10:31 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna “BW”) naar Ghanees recht te worden beantwoord.
De rechtbank beschikt over de volgende informatie:
Op grond van Ghanees recht kan een huwelijk in Ghana op verschillende wijzen worden gesloten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende huwelijken [1] :
  • Huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand (Deel III Marriages Act, art. 68,71-73)
  • Kerkelijk huwelijk gevolgd door registratie (Deel III Marriages Act art. 71-73)
  • Gewoonterechtelijke huwelijken die geregistreerd zijn(Deel I Marriages Act art.1-5)
  • Islamitische huwelijken die geregistreerd zijn(Deel II Marriages Act art. 23-24)
  • Islamitische huwelijken niet gevolgd door registratie
  • Gewoonterechtelijke huwelijken niet gevolgd door registratie.
Ten aanzien van deze laatste categorie geldt dat deze op grond van artikel 31 Evidence Pro Act [2] onder voorwaarden als geldig kunnen worden aangemerkt.
Een gewoonterechtelijk huwelijk kan worden ontbonden op grond van een overeenkomst tussen de families van beide partijen. Een niet geregistreerd gewoonterechtelijk huwelijk kan pas worden ontbonden nadat eerst het huwelijk alsnog is geregistreerd [3] .
Een tussen partijen gesloten burgerlijk huwelijk is nietig als één van de partijen al gehuwd is met een ander op grond van het gewoonterecht. [4]
In dit verband is ook van belang artikel 10:13 BW Pro dat bepaalt dat het recht dat een rechtsverhouding of rechtsfeit beheerst, tevens van toepassing is voor zover het ten aanzien van die rechtsverhouding of dat rechtsfeit wettelijke vermoedens vestigt of regels over de verdeling van de bewijslast bevat. Dit artikel is derhalve van belang voor de beantwoording van de vraag of naar Ghanees recht een rechtsgeldig huwelijk naar gewoonterecht is gesloten.
2.4.5.
De rechtbank acht zich op grond van de thans beschikbare informatie onvoldoende voorgelicht om de vraag te kunnen beantwoorden of tussen partijen op [huwelijksdatum] 2002 te [huwelijksplaats A] (Ghana) een rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen. De rechtbank dient namelijk te beoordelen of naar het op [huwelijksdatum] 2002 geldende Ghanese recht het tussen partijen gesloten burgerlijk huwelijk nietig is. De rechtbank dient derhalve te weten onder welke voorwaarden een Ghanees gewoonterechtelijk huwelijk dat voor die datum tot stand kwam als rechtsgeldig kan worden aangemerkt. Daarna dient de rechtbank te beoordelen of in dit geval sprake is van een huwelijk naar gewoonterecht in verband waarmee van belang is te weten of het Ghanese recht wettelijke vermoedens kent ten aanzien van het huwelijk naar gewoonterecht en welke bewijslastverdeling geldt ten aanzien van het bestaan van een dergelijk huwelijk. De rechtbank zal daarom advies inwinnen bij het Internationaal Juridisch Instituut (IJI), gevestigd aan R.J. Schimmelpennincklaan 20-22, 2517 JN ’s-Gravenhage. De rechtbank is voornemens de volgende vragen aan het IJI voorleggen:
Wat waren op [huwelijksdatum] 2002 naar Ghanees recht de voorwaarden voor de totstandkoming van een rechtsgeldig huwelijk naar gewoonterecht;
Kent het Ghanees recht wettelijke vermoedens ten aanzien van het huwelijk naar gewoonterecht en welke bewijslast verdeling heeft te gelden ten aanzien van de vraag of sprake is van een gewoonterechtelijk huwelijk?
Geldt naar Ghanees recht een eerder bestaand huwelijk naar gewoonterecht als huwelijksbeletsel voor een burgerlijk huwelijk, en zo ja, is dan het op [huwelijksdatum] 2002 tussen partijen gesloten burgerlijk huwelijk naar Ghanees recht een nietig huwelijk;
Welke betekenis heeft artikel 31 Evidence Pro Act in relatie tot de verklaringen afgelegd door de onder 2.4.2.genoemde getuigen ten overstaan van de “notary public”?
Komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet zijn geformuleerd in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn voor de beslissing van het geschil.
2.5.
De kosten van beantwoording van voormelde vragen zullen ten laste worden gebracht van ’s Rijks kas. Het IJI zal worden verzocht omtrent de beantwoording van voormelde vragen een schriftelijk, ondertekend bericht aan de griffie van de rechtbank te doen toekomen met afschrift daarvan aan partijen.
2.6.
De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de aan IJI voor te leggen vragen.
2.7.
De behandeling van de zaak wordt te dien einde aangehouden tot onderstaande pro forma datum. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over de aan het IJI voor te leggen vragen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan tot 12 oktober 2016 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.TH.M. Raab, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier H.V.M. Smeets op 28 september 2016.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden..

Voetnoten

1.Bron: Xpert Burgerzaken Ghana 8c Huwelijksvoltrekking plus-registratie
2.Bron: (Google: bron onbekend) Artikel 31 Evidence Pro Act luidt als volgt
3.Bron: Xpert Burgerzaken Ghana 8e Huwelijksontbinding/nietigverklaring Anders: Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2985: Echtscheidingen die conform het gewoonterecht tot stand zijn gekomen, moeten worden geregistreerd in het echtscheidingsregister. Een ontbrekende registratie heeft echter geen invloed op de rechtsgeldigheid van de echtscheiding van een gewoonterechthuwelijk.
4.Bron: Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2954, huwelijksvereisten.