Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 augustus 2016, met producties,
- de brief van 2 september 2016 van [gedaagde] , met producties,
- de mondelinge behandeling van 5 september 2016,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
De Gemeente Landgraaf vordert in kort geding de ontruiming van een woonwagenstandplaats die door de gedaagde zonder toestemming wordt gebruikt. De gedaagde stelt dat hij een huurovereenkomst heeft en dat de woonwagen aan hem is geschonken, maar kan dit niet met schriftelijke stukken onderbouwen.
De rechtbank stelt vast dat er geen huurovereenkomst tussen de Gemeente en de gedaagde bestaat, noch dat hij rechten kan ontlenen aan de eerdere huurovereenkomst van zijn oom. De inschrijving in de GBA en betalingen onder de noemer huur zijn onvoldoende om een huurovereenkomst te doen ontstaan. Ook een onderhuurovereenkomst is niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank wijst het beroep op artikel 8 EVRM Pro af, omdat de gedaagde geen huurrecht kan claimen en het uitsterfbeleid van de gemeente niet onrechtmatig is. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen, en de gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woonwagenstandplaats binnen veertien dagen.