De stichting Weller Wonen vordert in kort geding de ontruiming van een huurwoning die wordt bewoond door een onder bewind gestelde huurder die sinds 1984 huurt. Sinds circa 2013 is de huurder verantwoordelijk voor ernstige overlast in de buurt, die sinds april 2016 onhoudbaar is geworden. De overlast omvat onder meer het dagelijks uitschelden van omwonenden, schreeuwen, bedelen, urineren in de tuin, binnendringen op andermans terrein, het bekrassen van auto's en ander storend gedrag.
Weller heeft meerdere pogingen gedaan om het gedrag te verbeteren, maar zonder succes. De bewindvoerder, GGN, erkent de overlast deels maar pleit voor een langere ontruimingstermijn vanwege de geestelijke aandoening van de huurder. De kantonrechter oordeelt dat er een spoedeisend belang is bij ontruiming en dat de huurder kan terugvallen op crisisopvang. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn tot uiterlijk 15 augustus 2016.
De machtiging om zelf de ontruiming te effectueren wordt afgewezen omdat de wettelijke executiebevoegdheden toereikend zijn. GGN wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.