De rechtbank Limburg heeft op 2 augustus 2016 besloten de terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege van de veroordeelde te verlengen met één jaar. De TBS werd oorspronkelijk opgelegd in 1999 na een opzettelijk brandstichtingsdelict met gevaar voor personen en goederen. De veroordeelde verblijft sinds juli 2014 in een kliniek voor mensen met een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek, maar een passende vervolgvoorziening binnen de GGZ is nog niet gevonden.
De deskundigen en de inrichting adviseren een verlenging van twee jaar vanwege het blijvend hoge recidiverisico en de noodzaak van intensieve professionele begeleiding. De officier van justitie steunt dit standpunt. De verdediging vraagt om een verlenging van slechts één jaar, verwijzend naar de situatie van het voorgaande jaar waarin ook geen concrete overplaatsing werd gerealiseerd.
De rechtbank weegt de belangen van de veroordeelde en de maatschappij en concludeert dat de algemene veiligheid verlenging van de TBS vereist. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank het belang van voortvarend zoeken naar alternatieven buiten het TBS-kader, zoals een overgang naar een civielrechtelijke BOPZ-maatregel. Daarom wordt de TBS met één jaar verlengd, met de oproep aan De Woenselse Poort om intensief te zoeken naar een passende GGZ-instelling.