Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding d.d. 17 mei 2016
- de op 8 juni 2016 van de zijde van [gedaagde] ingekomen producties
- de mondelinge behandeling ter zitting van 9 juni 2016.
Rechtbank Limburg
De huurder heeft de huur over maart, april en mei 2016 niet betaald, wat een betalingsachterstand van drie maanden oplevert. De verhuurder vordert in kort geding de ontruiming van de woning en praktijkruimte, gelegen te een adres, met onmiddellijke ingang of op de kortst mogelijke termijn.
De kantonrechter stelt vast dat het spoedeisende belang niet wordt betwist en dat de huurachterstand voldoende grond biedt voor ontruiming. Daarnaast heeft de verhuurder een bodemprocedure aanhangig gemaakt wegens ontbinding van de huurovereenkomst, primair gebaseerd op de ontdekking van een hennepkwekerij in de woning en ernstige bouwkundige schade door uitgraving van de kruipruimte. De huurder heeft dit niet betwist en heeft aangegeven de woning sinds 6 juni 2016 te hebben verlaten.
De kantonrechter veroordeelt de huurder om binnen zeven dagen na betekening te ontruimen en wijst het verzoek af om achtergelaten spullen als res nullius te beschouwen, aangezien de deurwaarder bevoegd is tot ontruiming. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €775,05. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen wegens huurachterstand en hennepkwekerij.